Projecten

Stap 1: potentieel in kaart brengen

We starten met een gedegen haalbaarheidsstudie, om te onderzoeken of aquathermie zowel technisch als economisch haalbaar is. Deze studie kan worden uitgevoerd voor een specifieke wijk die een gemeente op het oog heeft, of juist voor de gehele gemeente.

Tijdens deze studie kijken we naar twee componenten:

De bron

De hoeveelheid energie in een bron is vrij eenvoudig vast te stellen. Dit noemen we het theoretisch potentieel. Door deze theoretische potentie te koppelen aan de opslagcapaciteit van de ondergrond, krijgen we inzicht in het technisch potentieel van de bron.

Er zijn veel potentiekaarten in omloop, maar deze blijken in de praktijk vaak niet gedetailleerd genoeg. Naast de diepte en breedte van een watergang kan bijvoorbeeld ook de stroomsnelheid van het water van belang zijn. Het waterschap beschikt vaak over alle informatie om het theoretisch potentieel in detail te berekenen. Het is dus van belang dat zij vanaf de eerste verkenning betrokken worden.  

De afnemers

De minimale warmtevraag voor een rendabel project is 50 woningen, in een minimale bebouwingsdichtheid van zo’n 20 woningen per hectare. Ook moet de bron op maximaal 5 kilometer afstand van de afnemers liggen: bij langer transport verliest het water te veel aan warmte.

Daarnaast kijken we naar het isolatieniveau van de aan te sluiten woningen. Voor een aquathermieproject is schillabelniveau B (nieuwbouw) het meest rendabel, alhoewel er bij een midden temperatuur warmtenet (70 ⁰C) ook bestaande bouw aangesloten kan worden.

Bij het inrichten van toekomstige woonwijken worden ook nieuwe watergangen aangelegd. Door het aaneensluiten van deze watergangen ontstaat een zogenoemde water-lus. In deze lus kan water worden rondgepompt, wat essentieel is voor aquathermie. Nadat warmte uit water is gehaald, moet het afgekoelde water immers weer ergens geloosd worden, waarna het in de zomer opnieuw kan opwarmen en als bron kan dienen. Op deze manier worden goed geïsoleerde nieuwbouwwoningen aangesloten op hun eigen circulaire en duurzame warmtevoorziening.

Door te kijken naar de afstand, het aantal en het type woningen stellen we vast of een bron economisch potentieel heeft.

Bij thermische energie uit oppervlaktewater (TEO) wordt vaak ten onrechte alleen gekeken naar bestaande watergangen. Deze vorm van duurzame warmteopwekking kan echter ideaal gekoppeld worden aan de klimaatadaptatie-opgave in een gemeente. Het verlengen, verdiepen of verbinden van waterlichamen helpt niet alleen bij het opslaan en verwerken van overtollig regenwater, mits slim aangepakt kan dit in potentie ook aquathermie mogelijk maken. Samen kunnen we kijken naar het slim verbinden van deze twee actuele opgaven.