Projecten

De sprong over de grens (III)

3. Hoe onze nationale laadinfrastructuur de wereld verovert (2012 - nu)

Samen optrekken en slimme keuzes in het eerste stadium maakten van Nederland een gidsland op het gebied van elektrisch laden. Onze systemen, producten en kennis op het gebied van elektrisch laden gingen de wereld over. De voorsprong die Nederland vanaf het begin had, hielp daarbij. Maar dat was het niet alleen.

Achter het internationale succes van de Nederlandse laadinfrastructuur, zit vooral een sterke strategie. Door te partneren met Duitsland, België had Nederland al momentum binnen de EU dat weer gebruikt kon worden richting andere landen. Van Noorwegen tot Amerika. De Jong: “Daarbij trokken overheden en bedrijfsleven samen op, onder andere in het Formule E-team. We hadden een laadnetwerk, een van de beste energienetten ter wereld en een overheid die dit alles ondersteunde met handelsmissies waarin ook het koningshuis vertegenwoordigd was. Met die triple helix kwamen we overal binnen.”

Delegaties uit de hele wereld

De stap de grens over, lag al gauw voor de hand. Doordat de ontwikkelingen in Nederland zo snel gingen, trok dat internationaal al snel de aandacht. Caron: “Bij de eerste honderd laadpalen die wij plaatsten, kwam bijna standaard de burgemeester, de wethouder en het plaatselijke blaadje kijken. Maar al gauw werden we overlopen door delegaties uit de hele wereld die kwamen kijken hoe wij het hier deden. De Nederlandse aanpak viel echt op.”

Magneet voor EV-toerisme

Idema: “Enerzijds waren alle ogen op Nederland gericht met wat hier allemaal gebeurde; wij waren een magneet voor EV-toerisme. Andersom en parallel daaraan was er de behoefte bij Nederlandse partijen om de grens over te gaan. De markt voor Nederland is relatief beperkt en we zitten niet op een eiland.” Om commercieel gezien daadwerkelijk een grote speler te worden, moet je verder kijken, beseften marktpartijen. Zij sloegen hun vleugels uit over de grens, vaak weer ondersteund door overheden die uitwisselingsprogramma’s en handelsmissies opzetten.

Verdrag van Vaals

Een belangrijke mijlpaal was het Verdrag van Vaals. Daarin spraken Nederlandse partijen met Duitse en Belgische partijen af om over de grens laden samen te organiseren – met de in Nederland ontwikkelde protocollen als ruggengraat. Die afspraken gaven weer een boost aan de ontwikkeling van de laadinfrastructuur in onze buurlanden. Ten Wolde: “Een doorbraak. In mijn tijd als programmamanager elektrisch rijden bij Rijkswaterstaat kreeg ik, niet overdreven, zeker tien verzoeken van studenten om hun reis naar Spanje met elektrisch vervoer te sponsoren. Maar ze zouden nooit verder dan 100 kilometer over de grens komen. Daarna waren er geen laadpalen meer.”

Economische spin-off

Na Duitsland en België sloten zich meer landen aan. Caron: “We hebben elektrisch laden actief internationaal georganiseerd. Zo is de Open Charge Alliance, een internationale club, bewust opgericht om onze aanpak verder te brengen dan Nederland. Wij zijn met z’n allen het evangelie gaan preken in het buitenland. Dat is goed gelukt.” Met meteen ook een grote economische spin-off: de export van laadpalen en systemen heeft de afgelopen tien jaar een grote vlucht genomen. Jurjen de Jong, medeoprichter van GreenFlux: “Een stuk of tien Nederlandse bedrijven, waaronder Allego, EV-Box en Alfen, timmeren serieus aan de weg. De eerste zijn qua marktwaarde zelfs al het miljard gepasseerd.”

En nu? Blijven investeren en ontwikkelen

Nederland heeft wereldwijd nog altijd een koppositie in elektrisch laden. Caron: “Als er waar dan ook een consortium start, worden er altijd partijen uit Nederland bij betrokken. Ook Elaad is tot op de dag van vandaag in veel internationale projecten aangehaakt.” Inmiddels is elektrisch rijden en laden ook in andere landen volop in ontwikkeling. “Willen we voorop blijven lopen, dan zullen we moeten blijven investeren en innoveren”, zegt Idema. “En waken voor de wet van de remmende voorsprong. Als we dat doen, heeft onze laadinfrastructuur een grote toekomst, ook als exportproduct van de BV Nederland. Vergelijkbaar met onze wereldwijde expertise en faam van onze strijd tegen het water. ”