TERUG NAAR HET OVERZICHT
6
May
2020

Van moeten naar willen voor een betere kwaliteit van grond- en oppervlaktewater

Geert Jan
Zweegman

is strategisch adviseur Water bij APPM

Foto
Aswathy (Unsplash)
Artikel

Vorige week, 30 april jl., verscheen de Nationale Analyse Waterkwaliteit door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Een traject van joint fact finding door rijk, regio, maatschappelijke organisaties, kennisinstituten en andere stakeholders naar de voorgenomen waterkwaliteitsmaatregelen en de effecten hiervan op de doelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW). Resultaat? De waterkwaliteit verbetert, maar slechts 30 tot 60% van de regionale wateren voldoet in 2027 aan de KRW-normen voor de biologische kwaliteit. Voor de zoete rijkswateren is dit bijna 100 procent. Verdere, structurele maatregelen en integraal beleid zijn nodig om de KRW-doelen wél te behalen.  

Mooi om hier als voorzitter van het Regionaal Overleg Rijn-West steentje aan bij te dragen. Rijn-West is één van de vijf stroomgebieden in Nederland. Om waterkwaliteit te borgen, is samenhang nodig. De kwaliteit wordt namelijk beïnvloed door uiteenlopende sectoren, zoals landbouw, industrie en huishoudens. Het bereiken van doelen op het gebied van oppervlakte- en grondwater kwaliteit is dus in steeds meer situaties niet alleen te beïnvloeden door de waterbeheerders. Het PBL stelt dat dit vraagt om meer coördinatie, afstemming en integratie van het waterbeleid met andere domeinen zoals landbouw en natuur. Ook is een duidelijke verdeling van verantwoordelijkheden tussen Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten van belang.

Mijns inziens is samenwerking gebaat bij het hebben van een gezamenlijk perspectief. Hoe kunnen maatregelen voor de verbetering van de waterkwaliteit óók bijdragen aan het belang of de belangen van andere partijen? Door deze te verbinden ontstaat er een collectief belang. En samen bereiken we veel meer. Dit vraagt om opgave- en gebiedsgericht werken, kleine stapjes, maar wel volhardend en vanuit onderling vertrouwen. Zo onstaat er integraliteit.

Tegelijkertijd vraagt dit om een andere rolopvatting bij waterbeheerders. Zij moeten gaan optreden als een participerende overheid: akkoorden sluiten met netwerkpartners, actief aansluiting zoeken bij maatschappelijke initiatieven. Een samenwerkingsgerichte, responsieve, open en nieuwsgierige houding op alle niveaus helpt daarbij. Van ambtenaren tot bestuurders. Dat betekent dat er minder moet worden ingezet op een expert-strategie, maar veel meer op een strategie gebaseerd op onderhandelen en leren. Op die manier ontstaat bij veel meer betrokken partijen de wil om samen te werken, wat ook ten gunste komt van de waterkwaliteit.

Hoe zie jij dit, en heb je inspirerende voorbeelden? Laat het me weten! 

Geert Jan
Zweegman

is strategisch adviseur Water bij APPM

Foto
Aswathy (Unsplash)
Artikel