16
February
2022

Bas Jonkman over de toekomst van waterveiligheid: ‘Voor versnellen en beter inpassen is lef nodig’

3
January
2021
Artikel
Christine van Eerd
Foto

Werken aan waterveiligheid is nooit af. Hoewel er de afgelopen 25 jaar enorm veel is bereikt dankzij het hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) en Ruimte voor de Rivier, blijft er in Nederland altijd werk aan de winkel. Hoe staat het ervoor en waar staan we over 25 jaar? Geert Jan Zweegman, managing consultant water, vroeg dat aan Bas Jonkman, hoogleraar Waterbouw aan de TU Delft. Hun conclusie: versnellen is nodig én mogelijk met een combinatie van technische en bestuurlijk-organisatorische innovatie, plus een flinke portie lef.

Hoe staan we ervoor in Nederland wat betreft de waterveiligheid?
“Als je het wereldwijd bekijkt, kun je nog steeds volhouden dat Nederland de best beschermde delta is. Maar er is nog een enorme hoeveelheid werk te doen. Uit het hoogwaterbeschermingsprogramma blijkt dat nog 1500 kilometer aan dijken niet voldoet aan de huidige veiligheidsnormen. Dat is best een taaie opgave in een omgeving die allerlei wensen en eisen heeft. En dat staat nog los van de gevolgen van de klimaatverandering.”

“Door het systeem dat we hebben gekozen, loop je eigenlijk achter de feiten aan. Je kunt nooit 1500 kilometer in één keer versterken. Daardoor zijn we dus niet zo veilig als we zouden willen en gaat de bescherming niet zo snel als eigenlijk zou moeten. Het duurt 20 tot 30 jaar voordat je het hele rondje van dijkversterkingen hebt afgewerkt. We moeten voor 2050 klaar zijn, maar er komen steeds meer kilometers bij. Als je op deze snelheid doorgaat, gaan we achterlopen.”

Hoe kunnen we versnellen en hoe kunnen we zorgen voor betere ruimtelijke inpassing van dijkversterkingen?
“Innovaties helpen om tot betere oplossingen te komen. Maar dat loopt soms vast in een cirkelredenering: als een techniek zich nog niet heeft bewezen, wordt die niet toegepast. Naast nieuwe technieken zoals waterontspanners en klapankers zijn er vaak ook andere oplossingen mogelijk, zoals ‘bouwen met de natuur’.”

“Maar als een project al in de fuik is gezwommen van gemaakte afspraken, financieringen en planningen, kun je niet meer terug en is er dus geen ruimte voor de innovatieve inzichten. Het is aan de technici om tijdig te laten zien dat nieuwe oplossingen echt wel veilig zijn. Tegelijkertijd is bij de partijen die erover moeten beslissen een portie lef nodig. Ook ontbreekt het bij opdrachtgevers soms aan inhoudelijke kennis om de potentie van nieuwe technieken te kunnen beoordelen en af te wegen tegen de risico’s.”

Het HWBP heeft als uitgangspunt om sober en doelmatig te werken. Dat gaat ten koste van draagvlak en ruimtelijke kwaliteit.
“In een dichtbevolkt gebied als Nederland leiden dijkverbeteringen vaak tot ingrepen waar mensen last van hebben. Beter inpassen in het landschap is misschien duurder, maar voegt ook maatschappelijke waarden toe. Als we 20 tot 30 procent meer uitgeven aan oplossingen met meer ruimtelijke kwaliteit, kunnen we meer rekening houden met de leefomstandigheden van omwonenden en dat zal het draagvlak vergoten. Toch moet je ook moeilijke keuzes durven maken. Je probeert bij dijkversterkingen zo veel mogelijk de omgeving mee te nemen. Maar het is onmogelijk om een oplossing te vinden waarin iedereen zich kan vinden. Dat moet je dan accepteren.”

“Er zijn voorbeelden waar de keuze voor investeren in ruimtelijke kwaliteit heel goed heeft uitgepakt. Bij de kustversterking hebben we gezien dat zo’n impuls heel veel teweeg kan brengen. Denk aan de Hondsbossche Zeewering waar de grijze dijk is vervangen door een duinlandschap. Dat kost misschien wel twee keer zoveel, maar je krijgt er veel voor terug aan recreatiemogelijkheden en natuur.”

Het lijkt dus meer een strategische vraag, waar niet per se de waterveiligheidsdeskundige over gaat. Hoe kun je dat doorbreken?
“We maken het proces soms heel moeilijk. Voor een potentiële oplossing doorlopen we allemaal stappen na elkaar. Het Expertise Netwerk Waterveiligheid, waar ik ook zitting in heb, beoordeelt een maatregel pas helemaal aan het eind van een traject. Als we die second opinion meer parallel laten lopen, verkort je de doorlooptijd.

“Een andere oplossing is door breder te kijken in het waterveiligheidssysteem. Soms kun je met een minder ingrijpende dijkversterking uit de voeten als je stroomopwaarts een waterkering verbetert of meer ruimte geeft aan de rivier. Dat speelt bijvoorbeeld bij de Hollandse IJssel. Maar zo’n verbreding van het project ligt bestuurlijk lastig omdat zowel waterschappen als Rijkswaterstaat er verantwoordelijkheden hebben. Samen kunnen ze de waterveiligheid verbeteren en besparingen realiseren, maar dan moet je de boel wel open gooien. Het is dus deels een technische kwestie en deels een organisatorisch-bestuurlijke vraag.”

In Nederland is bescherming de basis van de strategie. In Amerika heeft men veel meer de houding dat je moet leren leven met wateroverlast.
“Dat kan bij wateroverlast die niet al te ernstig is. Woon je in de buitendijks gebied langs de Maas, dan moet je accepteren dat er nu en dan water over de vloeren loopt. Het kan gebeuren, het zal gebeuren en daar moet je je dan op voorbereiden. Maar veel polders in Nederland liggen enkele meters onder NAP en dan is bescherming de beste strategie.”

“Daarbij is het goed om onze veiligheidsconcepten te verbreden en te kijken waar meerlaagse veiligheid aantrekkelijke oplossingen biedt. Dat betekent in de ruimtelijke ordening rekening houden met wateroverlast door hevige regenval. Een extra laag in onze bescherming tegen grote overstromingen zou moeten bestaan uit tijdelijke oplossingen, bijvoorbeeld met zandzakken of innovatieve alternatieven. We hebben in Limburg langs de Maas deze zomer gezien dat die op plekken overstromingen hebben voorkomen. Met alle onzekerheden in het klimaat is het goed om zulk soort dingen achter de hand te hebben.”

Waar staan we over 25 jaar? Ben je hoopvol of huiverig?
“Dan zijn we nog steeds bezig met waterveiligheid aan de hand van steeds weer nieuwe vragen. Dankzij het Deltafonds investeren we systematisch meer dan een miljard euro per jaar in waterveiligheid. Daardoor blijven we structureel bezig met verbeteren en versterken. Ik ben ervan overtuigd dat er dan ook veel innovatieve oplossingen zijn geïmplementeerd. Wat nu nog pilots zijn, is dan mainstream.”

“De sector maakt momenteel ook een omslag naar meer duurzame en circulaire methoden, zoals lokaal hergebruik van materialen. En naast innovaties voor dijkversterking, zetten we stappen op het gebied van meten en monitoren. Met sensoren en satellieten kunnen we steeds gerichter bewegingen in een dijk meten. Toch zullen we zo nu en dan onprettig worden verrast door extremen van de natuur, zoals afgelopen zomer in Limburg.”

Meer weten of hierover sparren?

We gaan graag het gesprek aan! Neem contact op met:

Meer lezen over hoe wij Nederland mooier maken?

Bekijk gerelateerde artikelen hieronder
Contact