TERUG NAAR HET OVERZICHT
30
January
2020

Mijn dijk en ik: Stefan

Stefan
van den
Helder

Stefan van den Helder werkt bij APPM Management Consultants, komt uit een grond-, weg-, en waterbouw familie, heeft geschaatst en gewielrend en was regelmatig op een dijk te vinden om een training te doen. Op dit moment vervult hij de rol van Technisch Manager bij het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier in de HWBP-projecten Katwoude, Durgerdam en Gouwzee en BuitenIJ.

Foto
Artikel

Deze week (25 januari tot 1 februari) is het 25 jaar geleden dat meer dan 250.000 mensen werden geëvacueerd vanwege de extreem hoge waterstanden van de Rijn, Maas en Waal. Het was de grootste evacuatie in de Nederlandse naoorlogse geschiedenis.

Drie APPMers vertellen over hun herinneringen én ervaringen met de dijk vandaag de dag.

Een grote bult grond om op te trainen

Toen in 1995 duizenden mensen in huis en haard achter moesten laten omdat het water over de dijken heen klotste was ik 10 jaar oud en met hele andere dingen bezig. De beelden van het 18 uur journaal kan ik me nog wel herinneren. Omdat de rivierwaterstanden in 1993 ook extreem hoog waren dacht ik vooral dat dit vrij normaal was: ‘blijkbaar komt dit (bijna) elk jaar voor’. Nietsvermoedend ging mijn leventje door en het viel me niet eens op dat dergelijke hoge waterstanden of evacuaties in de jaren daarna niet meer voor kwamen. Dijken waren voor mij vooral kronkelende weggetjes op een grote bult grond waar ik mijn fiets trainingen op kon doen aangezien er altijd tegenwind stond.  

Nieuwsgierigheid naar ongrijpbaarheid

Dit beeld veranderde toen ik ging studeren. Toen pas drong het tot me door hoe afhankelijk we zijn van onze dijken. Onze veiligheid, regionale en landelijke economie, ons thuis en leefomgeving hangt samen met het functioneren van die ‘grote bulten grond’. Toen in 2003 de veendijk bij Wilnis doorbrak en ik ging kijken (ik woonde in die tijd een paar dorpen verderop) maakte dat enorme indruk: ‘hoe kon het dat het water sterker was dan zo’n enorme massa grond?’. Wat me nog meer verbaasde was dat de geleerden eerst niet goed wisten waardoor de dijk kon bezwijken. Uit de colleges op school leek het alsof we precies wisten hoe de Nederlandse ingenieurs een dijk moesten berekenen, ontwerpen, bouwen en versterken maar blijkbaar konden zelfs zij dit niet voorzien. Dijkenbouw en waterveiligheid bleken ongrijpbaarder dan ik in eerste instantie dacht en dat maakte mij nieuwsgierig.

Wat we doen, doen we zo goed mogelijk

De waterwereld heeft me vanaf dat moment altijd geïnteresseerd en geïntrigeerd. Inmiddels heb ik mijn studie Civiele Technieken Hydrologie afgerond en werk ik zelf aan een aantal dijkversterkingsprojecten, waaronder Katwoude en Durgerdam. Als het gaat om toetsing en ontwerp van dijken maken we onder andere gebruik van bewezen rekenregels, toetsing- en ontwerpvoorschriften en instrumentaria, inzichten uit het verleden en expert judgement. Zoals tijdens mijn studie al bleek hebben we in Nederland een enorme kennis als het gaat om waterbouw en kijken ze in het buitenland vol verwondering naar onze ‘Dutch approach’. Tegelijkertijd maken we nog steeds gebruik van factoren, toeslagen, scenario’s enzovoorts wat bewijst dat we nog steeds rekening mee houden met ongrijpbare dingen. Het belangrijkste is dat alles wat we doen op het gebied van waterveiligheid, we zo goed als mogelijk doen. Dat is ook nodig want hoe je het ook bekijkt, onze veiligheid, economie, ons thuis en leefomgeving blijft verbonden met die grote bulten grond.

Stefan
van den
Helder

Stefan van den Helder werkt bij APPM Management Consultants, komt uit een grond-, weg-, en waterbouw familie, heeft geschaatst en gewielrend en was regelmatig op een dijk te vinden om een training te doen. Op dit moment vervult hij de rol van Technisch Manager bij het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier in de HWBP-projecten Katwoude, Durgerdam en Gouwzee en BuitenIJ.

Foto
Artikel