TERUG NAAR HET OVERZICHT
6
October
2021

Hoeders van het landschap: een drieluik

Foto
Artikel

Nederland is met zijn kleine oppervlak goed voor 6% van de wereldhandel in de landbouw. Daarmee staan we na de Verenigde Staten (9%) mondiaal op nummer 2. Een prestatie van formaat, maar de grenzen van wat de natuurlijke systemen aankunnen, zijn bereikt. Dat vraagt om een transitie in het heerschap van het landschap.

De schaalvergroting in de landbouw en het alsmaar intensievere gebruik van de bodem eisen hun tol. De stikstofproblematiek is heel zichtbaar, maar ook andere effecten - op biodiversiteit, watervoorraden en de kwaliteit van lucht en water - stapelen zich op. Ondertussen kost het steeds meer moeite om de productie van dezelfde akkers op peil te houden, waardoor nóg meer kunstgrepen worden uitgevoerd die de natuurlijke systemen verstoren. Ook bij veel agrariërs dringt het besef door dat dit verdienmodel niet vol te houden is.

De moed om te veranderen

“Wij zijn met diverse partijen in gesprek over een duurzaam toekomstperspectief”, zegt Geert Jan Zweegman, managing consultant Landelijk gebied en Water bij APPM. “Daarbij gaat het vooral over de vraag: hoe kunnen we de agrarische functie van het landschap houden en combineren met natuurherstel en andere functies zoals recreatie? Dit is niet alleen een opgave voor agrariërs; banken, grootwinkelbedrijven en overheid hebben eveneens een taak in de transitie naar een duurzame én betaalbare landbouw. Ook de bijdrage van kennisinstituten is onmisbaar. Onze ervaring is dat agrariërs zelf goed weten wat anders kan en moet. De sleutel zit in de samenwerking.”

Zien wat anders kan is één, de moed hebben om het anders te doén is twee. Drie pioniers delen hun ervaringen.

Arie van den Berg

Beter biologisch boeren

Arie van den Berg heeft een melkveebedrijf in Midden-Delfland dat al 22 jaar biologisch is. “Dat betekent bijvoorbeeld dat onze 95 koeien uitsluitend biologisch geproduceerd voedsel uit de omgeving krijgen. Dat was lastig, want daarmee raakten we onder andere bietenpulp en bierbostel, onze belangrijkste voedselstromen, kwijt. We lossen dit op door andere koeien te gaan fokken en de koeien gras te geven, aangevuld met krachtvoer.

Wij namen deze stap vanuit de overtuiging dat de landbouw anders kan en moet. Je ziet de kosten alsmaar stijgen terwijl afnemers minder betalen. Dat mechanisme vraagt steeds om een schaalsprong: veel boeren kunnen niet anders. Het ontbreekt aan middelen om te investeren in een ander verdienmodel. Ter illustratie: wij hebben ook een kinderdagverblijf – om de stad met de boerderij te verbinden. Inmiddels zetten we daar evenveel om als op de 85 hectare grond die we beheren. Agrariërs zou je meer financiële ruimte geven als ze bijvoorbeeld hun land tijdelijk in erfpacht kunnen houden in plaats van aflossen. Als je daar een fonds voor opzet waaruit je agrariërs beloont voor goed beheer van het landschap, wordt dat ook een prikkel. Ook korte ketens verdienen meer stimulans; nu is het soms moeilijker vanuit Midden-Delfland producten in Rotterdam af te zetten dan in Italië. En het belangrijkste: er is duidelijkheid nodig. Ik durf geen nieuwe stal te bouwen omdat ik geen zicht heb op wat over vier jaar kan en mag. En dat is maar één voorbeeld. Geef ons heldere normen en een langetermijnperspectief.”

“Geef ons heldere normen en een langetermijnperspectief ’’
Arie van den Berg

Mellany Klompe

Niet het product, maar de bodem op één

Mellany Klompe, milieukundige en akkerbouwer in de Hoeksche Waard: “Toen mijn man het familiebedrijf overnam, merkten we dat de veerkracht uit de bodem was. Dat bleek ook uit bodemanalyses van zijn opa die nog op zolder lagen: in 40 jaar was de organische stof gehalveerd! Om de bodem te verbeteren, begonnen we met kleine maatregelen, zoals groenbemesters – toen nog niet verplicht – en stro verhakselen op het land.

De echte kanteling kwam toen we in 2014 artikelen tegenkwamen over regeneratieve landbouw en ons realiseerden dat wij dat al deden. Inmiddels hebben we 16 van de 20 principes van de regeneratieve landbouw ingevoerd. Zoals bloemenranden op alle percelen, wat bijdraagt aan natuurlijke bestuiving en plaagregulatie. We hebben geen problemen meer met luizen en UvA-onderzoek laat zien dat onze peulen 30% zwaarder zijn dan voorheen. Ingrijpend was de invoering van vaste rijpaden: daarvoor moesten we alle machines en ons gps-systeem aanpassen. Maar we zien na twee jaar al resultaten in de bodemverdichting. De WUR berekende dat het watervasthoudend vermogen in 5 jaar met 10% stijgt – tegen 3% daling met conventionele landbouw.

Dus ja, er zit toekomst in. Maar je moet ook investeren en offers brengen. Zo leveren we met onze biodiversiteitsranden 7% landbouwgrond in en hebben we meer onkruidlast. En het bodemleven herstellen kost tijd. Zonder proeftuinsubsidie hadden we dit niet allemaal kunnen doen. Maar we hopen dat de inzichten van ons proeftuinproject meer agrariërs op weg helpen. De overheid kan ook drempels wegnemen, bijvoorbeeld door gecombineerd bodemgebruik te belonen in plaats van verbieden. Dan kunnen we samen enorme impact op de weerbaarheid van het systeem creëren.”

“Je moet investeren en offers brengen’’
Mellany Klompe

Joost van Schie

Landschapsbeheerder, ondernemer en boer – in díe volgorde

Joost van Schie bouwt de kaasboerderij in Warmond, al zes generaties in de familie, om tot regeneratief bedrijf. “Als kind zag ik mijn toekomst aan de andere kant van het water. Ik studeerde economie en werkte enkele jaren in het bedrijfsleven. Maar ik wilde een concretere bijdrage leveren aan een duurzame wereld. Daarvoor zie ik hier mogelijkheden.

De conventionele landbouw loopt vast. De regeneratieve landbouw draagt de belofte in zich van betere waterkwaliteit, een gezondere bodem, meer biodiversiteit en emissiereductie. Én dat het ook nog winstgevend kan zijn. Dat avontuur ga ik graag aan. Ik zie mezelf als landschapsbeheerder, ondernemer en boer – in díe volgorde.

Ik doe zoveel mogelijk in co-creatie. Ik heb financiering gekregen voor een expertteam met onder andere een ecoloog, een landschapsarchitect en een ecosysteemontwikkelaar. Samen hebben we een driesporenaanpak uitgewerkt: herontdekking van de melkveehouderij, ontwikkeling van innovatieve landbouwsystemen en vernatting of verwildering van een deel van het perceel. Ik ben al bezig met een mobiele kippenkar om achter de koeien aan te grazen. En op een onderzoeksperceel onderzoek ik wat verschillende gewassen met het landschap doen. Ik wil af van drijfmest en de natuurlijke habitat voor de weidevogels verbeteren.

Het gaat niet over één nacht ijs en de toekomst is onzeker. Maar ik denk dat wij als agrariërs een belangrijke rol kunnen pakken in het herstel van de balans tussen mens en dier. Zeker als we worden gefaciliteerd met meer ruimte om ons verdienmodel te verbreden én een heldere stip op de horizon. Beter nu taaie keuzes maken dan blijven kaasschaven.”

Joost van Schie (door Sjon Heijenga, stichting Open Boek)

Dit artikel werd eerder geplaatst in het APPM Magazine, editie 32 (zomer 2021). Bekijk en lees het volledige magazine hier.

Je vindt dit artikel op pagina 82 t/m 91. Wil je ons magazine voortaan ontvangen? Laat het ons weten!

Foto
Artikel