TERUG NAAR HET OVERZICHT
17
November
2021

Bereikbaarheidsvraagstuk als matroesjka: een oefening in afpellen

Erik
van der
Kooij
Foto
Artikel

Stuur op brede welvaart, stuur met brede blik en stuur samen. Zo zou je in één zin het advies ‘Naar een integraal bereikbaarheidsbeleid’ kunnen samenvatten dat de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) vlak voor de verkiezingen uitbracht aan de Tweede Kamer. Hoe zien de opstellers dat voor zich? En wat levert dat dan op?

De Tweede Kamer heeft de Rli gevraagd advies te geven over integrale bereikbaarheid. Erik Verhoef: “In het mobiliteitsdomein verandert veel. Zo is het Infrastructuurfonds, waaruit grote investeringen worden betaald, omgedoopt tot Mobiliteitsfonds. Een aansporing om los te komen van het denken in infrastructuurprojecten en afwegingen integraler te maken. Dat riep de vraag op: hoe doen we dat? Hoe kunnen wij daar vanuit onze controlerende rol mee omgaan?” Erik van der Kooij: “Het ging Kamerleden ook om: waar hebben wij nog grip op? Een integraal bereikbaarheidsbeleid draait om meer dan infrastructurele projecten. Maar hoe voeren wij het goede debat als de regering jaarlijks een lijst van uit te voeren projecten opstelt die vervolgens een voor een worden behandeld?”

Integraal bereikbaarheidsbeleid: waar hebben we het over? Met dit vraagstuk ging de commissie aan de slag. Voor het denken van de commissie hielp het om het containerbegrip ‘integraal’ af te pellen. Het advies is uitgewerkt langs de drie betekenisdimensies die deze analyse opleverde:

1. integraliteit van oplossingsrichtingen – stuur met een brede blik

2. integraliteit van doelen en effecten – stuur op brede welvaart

3. integraliteit van actoren – stuur samen

1. Een brede blik op oplossingen

“Als er een knelpunt wordt gesignaleerd, zoals een verkeersknooppunt waar vaak files staan, is de reflex: we moeten de weg breder maken”, zegt Luc Boot. “Maar je kunt ook denken in digitale oplossingen, die bereikbaarheid in een ander licht plaatsen – denk aan thuiswerken. Je kunt kijken naar ruimtelijke oplossingen, en zo de verbinding maken met je stedelijke opgave. Naar oplossingen die leiden tot efficiëntere, duurzamere inzet van mobiliteit, zoals deelauto’s, of naar spreiding van mobiliteit in de tijd. Wij zeggen daarom: ga niet met asfalt oplossen wat je beter bereikt met andere maatregelen; betrek alle beschikbare oplossingen voor het verbeteren van bereikbaarheid in de beleidsafwegingen.”

2. Integrale doelen – een brede welvaart

Op integraliteit van doelen en effecten haakt het advies aan bij het concept van brede welvaart: alles wat mensen van waarde vinden. Van der Kooij: “Nu worden er vervoersgerelateerde doelen gekoppeld aan lijstjes met knelpunten en kaarten met stippen waar het vastloopt: minder voertuigverliesuren, minder volle treinen, kortere reistijden. Fijn voor verkeersdeelnemers, maar hoe zit het met sociale inclusiviteit, CO2-uitstoot of ruimtelijke kwaliteit?” Boot: “Het beeld van de matroesjka drong zich op: het kleinste poppetje vertegenwoordigt het vervoersmiddel. Kijk je iets breder, dan is het doel mobiliteit: van a naar b komen. Het volgende poppetje is bereikbaarheid. Zo komt er steeds een poppetje bij, met brede welvaart als het uiteindelijke doel.” Verhoef: “We zijn gewend bij die kleinste poppetjes te beginnen en daar vanuit integraal werken steeds elementen aan toe te voegen. Ons pleidooi is juist om brede welvaart als vertrekpunt te nemen en van daaruit af te leiden welke oplossingen voor bereikbaarheidsvraagstukken daar bij passen. Zo kom je tot een echt integrale afweging.”

3. Samenwerking vereist

Integrale oplossingen en doelen vereisen samenwerking. Tussen overheden, semi-overheden en de private sector, tussen Rijk en regio, tussen departementen en binnen ministeries. “Dat is ook een vorm van integraliteit”, zegt Van der Kooij. “Als je een integraal beleid nastreeft, is het belangrijk dat je alle organisaties waarin over de verschillende beleidsterreinen wordt gesproken, samenbrengt. Zodat ze alle belangen die met brede welvaart gemoeid zijn op een goede manier kunnen afwegen en samen een programmatische aanpak ontwikkelen. Met een financieringsmodel dat dáárop is afgestemd.”

Defaults ontmaskerd

Voor een deel bevat het advies inzichten die bekend zijn. Boot: “Door die te verdiepen en opnieuw te verpakken, geven we er een nieuwe lading aan die hopelijk resoneert. We onderzochten ook hoe het komt dat integraler werken zo lastig blijkt. Vergelijk het met het bedrijfsrestaurant waar je ondanks alle salades uiteindelijk toch met die kroket voor je neus zit die vlak bij de kassa lag. De ‘keuzearchitectuur’ van het buffet leidt je er ongemerkt automatisch naartoe. Zo zijn ook in besluitvormingsprocessen standaard instellingen, defaults, ingebakken die andere keuzes in de weg staan.” Verhoef: “Het begint al met het definiëren van urgente vraagstukken. Als je startpunt een kaart met knelpunten is, zit je meteen in een fuik. Een andere default is dat mobiliteit erbij hoort en we dat moeten accommoderen. Als je zo’n aanname expliciet maakt, kun je het debat voeren: vínden we dat nog? Ook als bepaalde mobiliteitsvormen schadelijk zijn voor bredere doelen?”

Wordt vervolgd?

Het is aan de nieuwe generatie Tweede Kamerleden om de handschoen op te pakken. Verhoef: “Ik hoop dat onze adviesbrief hen helpt om werkelijk integraal naar bereikbaarheidsbeleid te kijken. En dat dit aanleiding is om stappen in de voorgestelde richting te zetten. Als er ook maar een kwart van in de praktijk wordt gebracht, zijn er al enorme winsten te halen. Niet alleen bedrijfseconomisch, maar in termen van de complete brede welvaart.”

Meer weten over Naar een integraal bereikbaarheidsbeleid? Klik hier of neem contact op met Erik.

Dit artikel werd eerder geplaatst in het APPM Magazine, editie 32 (zomer 2021). Bekijk en lees het volledige magazine hier.

Je vindt dit artikel op pagina 92 t/m 101. Wil je ons magazine voortaan ontvangen? Laat het ons weten!

Erik
van der
Kooij
Foto
Artikel