TERUG NAAR HET OVERZICHT
7
April
2020

Perspectief voor de A12 zone

Foto
Artikel
Christine van Eerd

Verstedelijking, mobiliteit, kanalen én forten

Het is maar 5 kilometer op de A12 tussen knooppunt Lunetten en knooppunt Oude Rijn. In de aangrenzende gebieden liggen kansen voor verstedelijking, vinden de betrokken overheden al jaren. Na een periode van ‘actief rentmeesterschap’ was het tijd om de ambities te actualiseren en te concretiseren. APPM en stedenbouwkundig ontwerpbureau Urhahn hielpen om stappen te zetten richting een integraal ontwikkelperspectief.

Dit artikel werd gepubliceerd in het APPM Magazine, najaar 2019. Je kunt het magazine hier lezen. Dit artikel vind je op pagina 14 t/m 23. Wil je ons magazine voortaan ontvangen? Laat het ons weten!

Martijn van Veelen van de provincie Utrecht is voorzitter van de projectgroep waarin alle betrokken overheden vertegenwoordigd zijn. Naast de provincie zijn dat de gemeenten Utrecht, Nieuwegein en Houten, het regionale samenwerkingsverband U10 en Rijkswaterstaat. “Met alle betrokkenen hebben we in 2011 een verstedelijkingsperspectief opgesteld met scenario’s voor de lange termijn. Maar door de financiële crisis werd de urgentie minder groot. Er is toen gekozen voor actief rentmeesterschap: bewaken dat er geen ongewenste ontwikkelingen plaatsvinden die de ambities dwars kunnen zitten. Toch zijn er daarna dingen gebeurd waarvan je je kunt afvragen of die wel passen bij het gekozen perspectief.”

Nieuwe urgentie

Inmiddels ziet de wereld er heel anders uit. Door de grote behoefte aan woningen kwam de verstedelijkingsopgave in de A12-zone weer scherper in beeld. Ook spelen er andere regionale ambities, zoals verduurzaming, de energietransitie en mobiliteitsvraagstukken. Hoogste tijd dus om de plannen de actualiseren. APPM en Urhahn werden geselecteerd om dit te begeleiden. APPMer Janneke van den Oever: “We zijn begonnen met een bureaustudie om de feiten op een rijtje te krijgen: wat is er in het verleden al besloten en welke opgaven liggen er in het gebied. Vanuit thematische factsheets hebben we een vertaling gemaakt in kansenkaarten voor de A12-zone. We hebben via werksessies informatie en inspiratie opgehaald bij allerlei specialisten.” Martijn van Veelen zag daarbij een interessante ontwikkeling. “Bij de factsheets waren partijen vooral bezig positie in te nemen, bij de gesprekken over de kansen ontstond er steeds meer gezamenlijkheid met gedeelde ambities.”

Ander perspectief

De volgende stap was het verbinden van de ambities in meer integrale ontwikkelbeelden. Hoewel het gebied de naam A12-zone draagt, is die snelweg niet de grootste kracht van het gebied. “De kanalen en de landschappelijke structuur van de Nieuwe Hollandse Waterlinie vormen belangrijke kwaliteitsdragers”, vertelt Frits Erdmann van Urhahn. “Met deze kwaliteiten als uitgangspunt hebben we gekeken naar de regionale ambities en de onlosmakelijke verbinding tussen bebouwing en mobiliteit. Om dit ook letterlijk bij alle gesprekspartners op het netvlies te krijgen, is bij presentaties de kaart van het gebied iets gedraaid, zodat niet de snelweg maar de kanalen prominenter in beeld komen. Deze manier om anders naar het gebied te kijken, gaf nieuwe inspiratie voor wat hier mogelijk is.”

Gezamenlijk verhaal

Binnen een half jaar lagen er drie ontwikkelbeelden met verschillende varianten in clustering of spreiding van de bebouwing en met geleidelijke of meer revolutionaire investeringen in de mobiliteitsopgave. De snelheid van het traject heeft grote voordelen: door het tempo bleef iedereen bij de les. De gezamenlijke ontwikkelbeelden geven voeding aan andere onderzoeken naar verstedelijking en mobiliteit in de regio. Het is nu zaak om het gevoel van urgentie vast te houden en aan te sluiten bij andere regionale ontwikkelingen. “Het is schaken op veel borden tegelijk”, aldus Martijn. De projectgroep gaat op basis van de ontwikkelbeelden verder met een integraal ontwikkelperspectief. Daarmee is voor iedereen duidelijk welke investeringen op korte en lange termijn bijdragen aan de gezamenlijke ambities. “Op basis van de kwaliteiten en de ambities hebben we mogelijkheden voor de A12-zone inzichtelijk gemaakt”, zegt Janneke. “Dat helpt alle betrokkenen bij beslissingen op regionaal niveau.”

"Voor Nieuwegein is dit na 2030 de laatste grootschalige ontwikkellocatie. De invulling moet recht doen aan de regionale opgave maar ook positief bijdragen aan de stad Nieuwegein. Dat kunnen we niet alleen. Met de ontwikkelbeelden hebben we het gesprek over deze gezamenlijke opgave scherp kunnen voeren."

Hanneke Peeters, gemeente Nieuwegein

"De studie naar de A12-zone levert waardevolle inzichten op voor de keuzes die we als stad en regio gaan maken op het gebied van verstedelijking, onder andere in onze eigen Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040. Samenwerking met alle partners in de A12-zone was, is en blijft daarbij essentieel."

Ben Norg en Casper van Calsteren, gemeente Utrecht

"De A12-zone heeft enorme potenties om opgaven op verschillende schaalniveaus in samenhang aan te pakken. Maar het gaat goed fout als we te veel blijven voortborduren op dat wat we gewend zijn. Het vergt lef van bestuurders om hier overheen te stappen en echte transities tot stand te brengen."

Hans Degenaar, Rijkswaterstaat

"Het gezamenlijk opstellen van de ontwikkelbeelden geeft nieuwe energie om gedachten te vormen over de betekenis van de A12-zone op (middel)lange termijn. Hier kunnen majeure regionale opgaven een ruimtelijke invulling krijgen. Het is nu zaak deze energie een vervolg te geven."

Remko Stinissen, gemeente Houten

Foto
Artikel
Christine van Eerd