TERUG NAAR HET OVERZICHT
2
July
2020

Overvecht | Haalbare alternatieven berekenen

Foto
Artikel
Christine van Eerd

Om een weloverwogen advies te kunnen opstellen voor het aardgasvrij maken van Overvecht-Noord zijn technische gegevens onontbeerlijk. Hoe groot is de huidige energievraag? Hoe staat het met de isolatie van de woningen? Welke alternatieve warmtetechnieken zijn mogelijk? En welke kosten zijn daaraan verbonden? Antwoorden zoeken op deze vragen is een specialiteit van CE Delft, een onderzoeks- en adviesbureau voor duurzaamheidsvraagstukken. Adviseur Emma Koster vertelt hoe ze daarbij te werk gaan.

Wat onderzoeken jullie precies?

“Onze opdracht is om te berekenen welke alternatieven voor aardgas haalbaar zijn in Overvecht-Noord. Daarvoor brengen wij de kosten in beeld van verschillende warmtetechnieken. Dat doen we op twee niveaus: de totale investeringskosten voor de hele wijk en de kosten voor de eindgebruiker.”

Hoe pak je dat aan?

“We beginnen met een scan van de wijk op hoofdlijnen. We brengen in beeld wat voor woningen er staan, wat de energielabels zijn en wat het energieverbruik is. Daarbij koppelen we CBS-gegevens aan allerlei kengetallen over alternatieve energiebronnen. Al die gegevens nemen we op in een rekenmodel dat CE Delft hiervoor heeft ontwikkeld. Dit CEGOIA-model berekent de kosten voor verschillende alternatieven. Je kunt dus verschillende scenario’s doorrekenen en dat helpt om de juiste keuzes te maken. Uiteindelijk presenteren we per woningtype in Overvecht-Noord drie haalbare alternatieven voor aardgas.”

Wat bedoel je precies met haalbaar?

“We hebben bij alle technieken gekeken naar de beschikbaarheid en de betaalbaarheid. Dat zijn belangrijke randvoorwaarden. Als je aardgas door waterstof vervangt, hoef je weinig aan de infrastructuur buiten en de apparaten binnen te veranderen. Maar het zal nog heel lang duren voordat er voldoende groene waterstof is voor woningen. Dat valt dus af. De meest kansrijke opties voor Overvecht-Noord lijken een warmtenet en warmtepompen op buitenlucht of bodemwarmte. Dit betekent nog niet dat elke woningeigenaar vrij kan kiezen uit die opties. Voor een rendabel warmtenet heb je bijvoorbeeld een minimum aantal woningen nodig.”

Waarom berekenen jullie de totale kosten en de kosten voor bewoners?

“In het Klimaatakkoord staat dat we in Nederland keuzes maken op basis van totale kosten. Die gegevens zijn nodig om beleid te kunnen maken voor bijvoorbeeld subsidies, belastingvoordeel en verdeling van lasten. Maar voor de bewoners – en dan vooral de woningeigenaren die zelf moeten investeren – gaat het vooral om de vraag of zij het wel kunnen betalen. We berekenen voor alle woningtypes de kosten van drie tot vier warmtetechnieken. Daarbij moeten we trouwens wel een slag om de arm houden want allerlei beleidskeuzes kunnen nog van invloed zijn op de energierekening. We kunnen wel aangeven welke techniek de laagste energielasten heeft. En we geven een bandbreedte van de benodigde investeringen en de maandelijks kosten. Maar een exact prijskaartje kunnen we nog niet beloven, want allerlei zaken rond subsidies en financiering zijn nog onbekend. Daar moeten we heel eerlijk en duidelijk over zijn.”

Hoe werken jullie hierbij samen met APPM?

“CE Delft en APPM doen vaker projecten in het kader van de energietransitie. Wij zijn gespecialiseerd in de technisch-economische kant en APPM heeft veel ervaring met participatie en het proces. We hebben bijvoorbeeld ook samen een bijdrage geleverd aan de Regionale Energiestrategie in Noord-Holland. Overvecht-Noord is alweer een stuk concreter. Hier gaat op korte termijn écht iets gebeuren. Er zit energie in die wijk en samen kunnen we er flink de vaart in zetten.”

Meer lezen over dit project?


Dit artikel werd eerder geplaatst in het APPM Magazine, editie 30 (zomer 2020). Bekijk en lees het volledige magazine hier.

Foto
Artikel
Christine van Eerd