21
February
2022

Energie- en warmtetransitie: waar laten we de infrastructuur?

21
Feb
2022
Artikel
Annemieke Bartholomeus
Foto

Sinds het Klimaatakkoord van Parijs worden op nationale en regionale schaal ambitieuze plannen gesmeed om de doelstellingen te halen. Daar zijn allerlei versnellingsinstrumenten uit voortgekomen, van regionale energiestrategieën tot transitievisies warmte en subsidies op elektrisch laden. Ook in de uitvoering is van alles in beweging. Maar inmiddels groeit ook het besef dat er heel veel op dezelfde schaarse vierkante meters moet komen. Past dat allemaal wel?

In 2020 groeide het aandeel duurzaam geproduceerde elektriciteit in Nederland van 18 naar ruim 26 procent, voornamelijk dankzij nieuwe wind- en zonneparken. Tegelijkertijd wordt steeds zichtbaarder dat we veel meer stroom nodig hebben voor de transitie naar aardgasvrije wijken en de elektrische mobiliteit. Vooral in stedelijke gebieden met een ambitieuze groeiopgave voor de woningbouw, betekenen deze ontwikkelingen in vraag en aanbod dat het elektriciteitsnetwerk onder grote druk komt te staan. En het verzwaren van het netwerk is geen eenvoudige opgave; de kosten zijn hoog, en vooral het gebrek aan gespecialiseerde monteurs leidt tot vertraging. De wachttijden voor de aansluiting van nieuwe wind- en zonne-installaties lopen inmiddels op tot wel vijf jaar. Maar zelfs al zouden er onbeperkt monteurs en geld beschikbaar zijn, dan nog komen er grote ruimtelijke uitdagingen op ons af.

Gezocht: ruimte

Die uitdagingen zitten zowel boven als onder de grond. Christian Pasman, adviseur energietransitie van APPM: ‘‘In de ondergrond wemelt het van de telefoon-, glasvezel- en stroomkabels, water- en gasleidingen en rioleringsbuizen. Probeer daar straks maar al die warmtenetten en extra kabels voor laadpalen en warmtepompen bij te plaatsen. Ondertussen moeten we boven de grond ruimte zien te vinden voor zonnepanelen en windmolens, maar bijvoorbeeld ook voor laadpalen, energieopslag én warmtepompen. En dan hebben we nog het indirecte ruimtebeslag dat de energietransitie inneemt. Bij verduurzamingsmaatregelen ben je de directe omgeving vaak ook al kwijt: niemand wil in de slagschaduw of binnen gehoorafstand van een windmolen wonen. En we kijken ook liever niet tegen de buitenunits van warmtepompen aan.’’

Dezelfde vierkante meters

Het ruimtebeslag van de verduurzaming van Nederland verdient dan ook een hogere plaats op de verduurzamingsagenda’s. Ruimte is al een belangrijk thema bij andere maatschappelijke opgaven, zoals woningbouw en mobiliteit. Voor de energie-infrastructuur geldt dat nu nog veel minder. Terwijl die ook in diezelfde schaarse ruimte moet worden ingepast. Nog maar weinig partijen hebben echt in beeld: waar praten we precies over? Wat betekent het terugdringen van de CO2-voetafdruk voor onze letterlijke voetafdruk? ‘‘Het ontbreekt nog aan overzicht", zegt Hidde van Ooststroom, adviseur energietransitie bij APPM. ‘‘De ene afdeling ontwerpt een laadinfrastructuur, terwijl twee deuren verderop diezelfde vierkante meters worden ingetekend met een warmtenet, warmtepompen of een appartementencomplex. Nu wordt pijnlijk duidelijk dat deze projecten niet altijd allemaal gerealiseerd kunnen worden.”

Integrale blik

APPM pleit voor een meer integrale blik op de ruimtelijke inpassing van de energie- en warmtetransitie. Door niet langer vanuit de verschillende opgaven te kijken, maar juist oplossingen bij elkaar te leggen en te zoeken naar slimme combinaties. Uiteindelijk moeten alle klimaattafels voor de verduurzaming van de gebouwde omgeving, elektriciteit, mobiliteit, landbouw en landgebruik en industrie in dezelfde ruimte aan de slag. Dat begint bij het inzichtelijk maken van de ruimteclaim voor energie-infrastructuur van bijvoorbeeld nieuwe duurzame woningen, energieopslag of laadinfrastructuur.

Hoe verder

Bij een aantal projecten waar APPM bij betrokken is, ligt het ruimtevraagstuk inmiddels concreet op tafel. Daarnaast zitten er technische innovaties in de pijplijn die gaan helpen. Denk aan het hergebruik van de hoofdgasinfrastructuur voor waterstof en opslagmogelijkheden voor warmte en elektriciteit voor de woningmarkt. ‘‘Maar ik ben er huiverig voor om daarop te wachten; die tijd hebben we niet’’, stelt Pasman. "Onder meer door gesprekken te organiseren en kennis te bundelen samen met andere partijen, zoals gemeente Zwolle en Generation.Energy. Op 21 april 2022 organiseren we een sessie op Festival STAD over dit thema. We nodigen iedereen die hierin geïnteresseerd is uit om hierover mee te praten.’’

Hoe gaat het in Zwolle?

We vroegen het Tim Idema, milieuplanoloog en adviseur bij Gemeente Zwolle.

‘’In de gemeente Zwolle is de toenemende druk op de energie-infrastructuur en het bijbehorende ruimtebeslag een actueel thema. De ambities op zowel duurzaamheid (opwek) als woningbouw (afname) zullen slim gecombineerd moeten worden, zodat bewoners niet struikelen over laadpalen in alle kleuren en maten op de stoep. We moeten afstappen van het automatisme dat er voor het ruimtebeslag van de extra transformatorkasten offers nodig zijn in de openbare ruimte, zoals in het groen of nabij speeltuinen of ten koste van parkeerplaatsen. Door er meer vooraan in het proces aandacht voor te vragen, wordt het als ontwerpopgave een logisch onderdeel van de planvorming, waardoor inpandige oplossingen in stedelijk gebied de nieuwe standaard worden. Ook het besef dat woningbouwplannen niet gerealiseerd kunnen worden omdat in sommige gebieden de capaciteitsgrenzen van het lokale en regionale energiesysteem bereikt zijn, baart zorgen en vraagt om een bredere systeembenadering. Daarom werkt de gemeente aan een aantal rekenregels waarmee vroegtijdig rekening gehouden kan worden met de benodigde ruimte voor energie-infrastructuur en betrekt de netbeheerders veel eerder bij de ruimtelijke programmering.’’

Wat ziet Generation.Energy?

We vroegen het Jaap Witte, urban planner en GIS-specialist bij Generation.Energy.

"Wij zien deze problematiek ook. We staan aan het begin van de opgave en weten veel nog niet. Toch moeten al keuzes gemaakt worden. Ontwerpend onderzoek helpt daarbij. Door eerst ruimtelijke (on)mogelijkheden in beeld te brengen, kan je toekomstbeelden gaan schetsen. Deze geven inzicht in de ruimtelijke gevolgen. Voor Leiden hebben we meegewerkt aan een verkenning naar dit integrale ruimtevraagstuk. Het onderzoek geeft zicht op voorkeurslocaties voor nieuwe elektriciteitsstations, vergroening of waterberging op basis van de beschikbare ondergrondse ruimte. Onze kennis verwerken we in GIS-tools die we eenvoudig in kunnen zetten om gemeenten te helpen."

Dit artikel verscheen in het APPM magazine, winter 2021. Het hele magazine bekijken? Klik!

Meer weten of hierover sparren?

We gaan graag het gesprek aan! Neem contact op met:

Meer lezen over hoe wij Nederland mooier maken?

Bekijk gerelateerde artikelen hieronder
Contact