TERUG NAAR HET OVERZICHT
28
September
2020

Deelmobiliteit van nul tot nu | n#4: Slimme oplossingen voor de Sluisbuurt Amsterdam

Foto
© Gemeente Amsterdam gemaakt door LUMA
Artikel

In de serie Deelmobiliteit van 0 tot nu schetsen we de ontwikkeling van deelmobiliteit in Nederland met collega’s, partners en opdrachtgevers. We belichten onze initiatieven, opdrachten en ervaringen en werken zo met u toe naar onze visie op de samenhang tussen deelmobiliteit en binnenstedelijke (gebieds)ontwikkelingen.

In deze blog richten we ons op nieuwe ontwikkelingen in de Sluisbuurt in Amsterdam en de centrale plek die deelmobiliteit hier in zal nemen, gecombineerd met andere (gedeelde)functies voor de wijk. Domingo Regalado van Os, projectmanager bij de gemeente Amsterdam en Bas Scholten, Managing Consultant Mobiliteit bij APPM nemen je mee.

Uitdagende mobiliteitsopgave

Domingo: “De Sluisbuurt in Amsterdam – die de komende tien jaar wordt gebouwd – is een prachtige opgave voor stedenbouwers en verkeerskundigen. De Sluisbuurt wordt een hoogstedelijke buurt met zo’n 5.600 woningen met winkels, café's, restaurants, hogeschool Inholland en voorzieningen voor de wijk. Van de gebruikelijke parkeernormen wordt in de Sluisbuurt flink afgeweken: straks is er slechts parkeermogelijkheid voor een derde van de bewoners in één van de garages. Parkeren op straat is alleen voor bezoekers en daarvoor hebben we zo’n 600 plekken minder dan normaal (conform huidige parkeernormen). Dat is spannend.”

Bas: “Dit betekent dat mensen anders moeten gaan reizen en dat de opties hiervoor vanaf het opleveren van de eerste woningen op orde moeten zijn. Eén van die alternatieven is deelmobiliteit; van fietsen en bakfietsen tot auto’s en scooters. Maar wellicht ook nieuwe voertuigen die we in 2019 – toen we deze kaders schetsten – nog niet konden overzien. Met de combinatie APPM, Stadkwadraat en Goudappel Coffeng hebben we ons over de wijk gebogen en zijn we met oplossingen gekomen die breder een functie hebben voor de wijk; op de voorgestelde hubs zijn meer (gedeelde) functies terug te vinden dan alleen deelmobiliteit. Zo wordt het echt een plek in de wijk. Je kunt er bijvoorbeeld ook je pakketten ophalen of nog even snel een boodschap doen.”

Centraal of verspreid?

Bas: “Hoe bied je deelmobiliteit op een aantrekkelijke manier aan? We hebben voor de Sluisbuurt drie varianten opgesteld en beoordeeld:

  1. Vanuit het perspectief van de gebruiker (welke eisen stelt een gebruiker)
  2. Vanuit het ruimtelijke kader (inpassing in het stedenbouwkundig plan)
  3. Vanuit de organisatie en business case (financieel rendement)

De beste optie (op basis van twee van de drie varianten) voor de Sluisbuurt leek één grote centrale hub waar parkeervoorzieningen gecombineerd worden met deelaanbod dat duidelijk zichtbaar en daarmee toegankelijk is.”

Domingo: “Een centrale hub in de wijk bleek echter lastig verenigbaar met de stedenbouwkundige uitgangspunten, met name vanwege het ruimtebeslag ervan. Daarom is gekozen voor een combinatie van enkele kleine hubs voor bewoners en bezoekers in de buurt. Bezoekersparkeren gaan we organiseren in twee gemeentelijke garages, waar we ook een hub-functie ‘inbouwen’. Aan de randen van het gebied hebben we bovendien ruimte voor een vrijstaande hub. Daar waar mogelijk parkeren bewoners op eigen kavel.”

Organiseren

Bas: “Een dergelijk systeem moet je goed organiseren. Ons voorstel was om te komen met een gebiedsorganisatie. Dit voorkomt een wirwar aan aanspreekpunten, tussenpersonen en belanghebbenden. Keuze voor een centrale gebiedsorganisatie maakt het ook mogelijk om andere collectieve voorzieningen hierin een plek te geven. Zoals een centraal ophaalpunt voor pakketten en een service- en ontmoetingscentrum voor de buurt. Dit levert een bijdrage aan een stad waarin wonen, werken en leven gecombineerd worden."

Flexibiliteit

Bas: “Een ander groot voordeel van een hub met een centrale aansturing is dat het een schaalbaar concept is, en daarmee flexibel. Je kunt zo makkelijk uitbreiden naarmate de woningbouw vordert en er kan ook ingespeeld worden op veranderende mobiliteitsbehoeften. Uitgangspunt – op basis van onze berekeningen – is dat de kosten voor de gebiedsorganisatie kunnen worden terugverdiend door besparingen op de gebouwde parkeervoorzieningen. Dit vraagt echter om een duidelijk concept, dat al vanaf de start van de bouw moet worden opgetuigd en aan ontwikkelaars moet worden meegegeven.”

We zijn aan de slag!

Domingo: “De gemeente heeft het advies gehanteerd bij de voorbereiding van de uitgifte van de eerste kavels aan projectontwikkelaars. Tevens heeft het advies er mede toe geleid dat er binnen de gemeente Amsterdam een ‘programma Hubs’ en een ‘programma Deelmobiliteit’ is opgestart. We gaan met de Sluisbuurt pionieren, maar ook meeliften. Het draagvlak begint te groeien en de kennis wordt steeds rijker.”

De oplossing die in de Sluisbuurt gekozen is, illustreert dat inpassing op gebiedsniveau noodzakelijk is om het gebied te laten ‘werken’ en dat dit afhankelijk is van meerdere facturen (de varianten), maar dat we dit onmogelijk los kunnen zien van het grotere systeem. Volgende week in deel #5 blijven we in Amsterdam en zoomen we in op plek voor deelmobiliteit in de herontwikkeling in Haven-Stad.

Foto
© Gemeente Amsterdam gemaakt door LUMA
Artikel