APPM logoCreated with Sketch.
12 juli 2026

Zo stuur je als gemeente op slim batterijbeleid

Article image

Het energiesysteem verandert mee met de verdere elektrificatie van woningen, bedrijven en vervoer. De laatste jaren zien gemeenten steeds vaker dat batterijen van verschillende afmetingen een rol krijgen in het energiesysteem. Bijvoorbeeld om ontwikkelingen mogelijk te maken ondanks netcongestie, of als lokaal middel om energie te delen. Maar ook als verdienmodel door gebruik te maken van de mogelijkheden die de elektriciteitsmarkten bieden. In elk geval moeten gemeenten zich gaan verhouden tot batterijen. Maar hoe? APPMers Mirthe Meijer en Bram Caris nemen gemeenten in vijf stappen mee richting een stevige batterijstrategie.

Stap 1: start met het vaststellen van uitgangspunten

De eerste stap is bepalen hoe jouw gemeente tegen batterijen aankijkt. Het is dan handig om gezamenlijke uitgangspunten te formuleren waar gemeentelijk beleid omheen gebouwd kan worden. Dat kun je bijvoorbeeld doen aan de hand van uitspraken over verschillende algemene aspecten:

1. De rol van de gemeente

Hoe verhoudt mijn gemeente zich tot batterijsystemen? Wanneer wil ik een actieve rol pakken en wanneer beperk ik me tot handhaven? Wanneer is een batterijsysteem in het algemeen belang en wanneer moet ik juist tegensturen?

2. Batterij en omgeving

Hoe past de batterij in zijn omgeving en hoelang blijft de batterij staan? Wat moet er bijvoorbeeld gebeuren met het batterijsysteem als de uitbater failliet gaat? En hoe moet de locatie worden achtergelaten als de vergunning niet wordt verlengd?

3. Batterij in het energiesysteem

Batterijen hebben invloed op de netbelasting door hun mogelijkheid om zowel elektriciteit van het net op te nemen als in te voeden. Vind je hier als gemeente iets van? Of laat je aan de markt en netbeheerder over hoe batterijen acteren op het net?

Naast deze algemene uitgangspunten kun je uitgangspunten formuleren per type ontwikkeling. Voor specifieke ontwikkelingen kan het namelijk zo zijn dat een andere rol nodig is. Sommige ontwikkelingen zijn zo belangrijk voor de stad dat een gemeente daarin op alle vlakken een leidende rol wil hebben. Denk aan mobiliteitshubs met laadplekken. Bij andere ontwikkelingen, zoals een gebiedsontwikkeling, is er een derde partij verantwoordelijk voor de ontwikkeling van het project maar niet voor de gebruiksfase ervan. Het batterijsysteem is er dan echter nog wel.

Belangrijk aandachtspunt bij het opstellen van de uitgangspunten is dat ze concreet zijn en elkaar aanvullen, maar niet zo gedetailleerd zijn dat ze verder gaan dan het geven van een kader.

Stap 2: bepaal het speelveld

Ook andere partijen kunnen een kleinere of grotere rol hebben in de ontwikkeling van batterijsystemen. De gemeente verhoudt zich bijvoorbeeld tot andere overheden zoals het Rijk en provincie, maar ook tot de omgevingsdienst en veiligheidsregio. Daarnaast zijn netbeheerders, regionaal en landelijk, natuurlijk een belangrijke speler als het om batterijen gaat. Enkele voorbeelden:

Het Rijk bepaalt via het Besluit Activiteiten Leefomgeving (Bal), Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) de landelijke kaders. Momenteel staan hier nog geen specifieke eisen over batterijen in; specifieke eisen voor lithium-ion batterijen komen naar verwachting dit jaar in het Bal.

Provincies nemen steeds vaker regels op rondom belasting van het elektriciteitsnet in hun omgevingsverordening (Overijssel en Utrecht) of stellen regels aan ruimtelijke inpassing (Flevoland) of omvang van grootschalige batterijopslag (Drenthe). De instructieregels uit de omgevingsverordening moeten uiteindelijk landen in gemeentelijke omgevingsplannen.

De omgevingsdienst en veiligheidsregio’s moeten in staat gesteld worden om te handhaven op onder andere milieu-impact en veiligheid van een batterijsysteem. Dat is een uitdaging, omdat de ontwikkeling in de batterijtechnologie snel gaat en ook de regels nog niet uitgekristalliseerd zijn.

Het is daarom belangrijk om als gemeente nauw samen te werken met de genoemde instanties, om vergunningverlening en handhaving mogelijk te maken en up-to-date te houden.

Stap 3: bepaal gemeentelijk beleid

Om daadwerkelijk sturing te geven moeten uitgangspunten verankerd worden in beleid. De meest voor de hand liggende instrumenten hiervoor vinden we onder de Omgevingswet. Voor gemeenten zijn dit de omgevingsvisie, het omgevingsprogramma, het omgevingsplan en de omgevingsvergunning.

Omgevingsvisie: in de omgevingsvisie neem je de ambities en strategische koers op voor het toelaten van verschillende typen batterijen. Je geeft hierbij aan waarom deze batterijsystemen belangrijk zijn, waar ze bij voorkeur worden geplaatst en welke randvoorwaarden er worden gesteld.

Omgevingsprogramma: in een omgevingsprogramma maak je de ambities uit de omgevingsvisie concreet. Dit kan in een programma specifiek voor batterijen of in een meer algemeen energieprogramma. Bijvoorbeeld als overkoepelend programma waarin ook het verplichte warmteprogramma is opgenomen. Je legt herin doelen, maatregelen, beleidsregels, randvoorwaarden en/of de rolverdeling van samenwerkende partijen vast. Je kunt hierin bijvoorbeeld subsidies en vergunningsvoorwaarden opnemen.

Omgevingsplan: In het omgevingsplan maak je de doorvertaling van de ambities uit de omgevingsvisie (en eventueel specifieke omgevingsprogramma’s) naar regels voor de plaatsing van batterijsystemen. Voor batterijen maak je hier onderscheid tussen situaties waarin de batterij onderdeel uitmaakt van een andere milieubelastende activiteit en situaties waarin dit niet het geval is.

In het omgevingsplan kan de gemeente verdere verplichtingen opnemen voor batterijsystemen. Bijvoorbeeld de verplichting om een batterijsysteem te plaatsen in combinatie met andere nutsvoorzieningen. Hierdoor vermindert de ruimtelijke impact op andere opgaven zoals woningbouw. Daarnaast kun je in het omgevingsplan regels opnemen over energetische kaders. Bijvoorbeeld dat batterijsystemen uitsluitend mogen worden geplaatst en aangesloten als ze aantoonbaar netneutraal of netverzachtend functioneren.

Stap 4: maak het concreet

De volgende stap is de stap naar de praktijk. Door helder vast te leggen hoe te handelen in specifieke projecten met batterijsystemen, is altijd duidelijk hoe de gemeentelijke rol eruitziet, welke uitgangspunten van belang zijn en welke instrumenten en samenwerkingsvormen relevant zijn. Dit kan door een beslisboom op te nemen (zie afbeelding). De beslisboom leidt de gemeenteambtenaar naar de rolneming. In de rolneming staat vervolgens beschreven wat deze inhoudt, welke uitgangspunten er gelden en welke instrumenten de ambtenaar kan gebruiken.

stroomschema voor gemeenten in het omgaan met batterijen
Beslisboom: klik op de afbeelding om te vergroten

Stap 5: evalueer en stuur bij waar nodig

Tot slot is het belangrijk om goed te monitoren hoe de werkwijze functioneert en bevalt. De energietransitie staat niet stil en de (technische) ontwikkelingen in batterijen volgen elkaar snel op. Op die ontwikkelingen wil je inspelen. Plan dus vanaf het begin al momenten in om de werkwijze te evalueren, zodat je op tijd kunt bijsturen wanneer dit nodig is.

Meer weten?

Dit artikel en de beslisboom helpen je hopelijk goed op weg. Heb je aanvullende vragen of kom je er niet uit? Of wil van gedachten wisselen over dit onderwerp? Neem dan contact op met Mirthe of Bram.

Artikel
Mirthe Meijer, Bram Caris
Foto
iStock
683433260e5b8a05ceb07a9b_Mirthe verkleind
Contactpersoon
Mirthe Meijer
Meer weten of hierover sparren?
We gaan graag het gesprek aan! Neem contact op met: