Samen bouwen aan een klimaatbestendige stad

Rotterdams weerwoord maakt van complexe opgave een nieuwe kans
Het klimaat verandert. Dat zorgt voor complexe opgaven, maar biedt vooral ook nieuwe kansen. Rotterdam is daarvan het levende bewijs, vindt gemeentelijk strateeg John Jacobs van Water Sensitive Rotterdam. Samen met APPM’er Nora Prins schetst hij op de Dakakker aan de Schiekade de uitdagingen die er liggen voor de stad, maar ook de perspectieven die daaruit voortvloeien.
Dit artikel werd gepubliceerd in het APPM Magazine, najaar 2019. Je kunt het magazine hier lezen. Dit artikel vind je op pagina 6 t/m 13. Wil je ons magazine voortaan ontvangen? Laat het ons weten!
Rotterdam vertolkt wereldwijd een voortrekkersrol als het gaat om het klimaatbestendig maken van het stedelijk gebied. Om die prominente positie te behouden is een nieuwe fase aangebroken, meent Jacobs, die daar een toepasselijke titel aan heeft verbonden: Rotterdams WeerWoord. “Alle energie en creativiteit die vrijkomt rond dit onderwerp, willen we voor de toekomst borgen. Reden om de komende jaren aan een programma te werken om zo de koers tot 2050 uit te stippelen.”
APPM’er Prins is ingeschakeld als procesmanager binnen het programma om de contacten met vastgoedpartijen en woningcorporaties te onderhouden en ideeën uit te werken om klimaatadaptatie een integraal onderdeel te laten vormen van toekomstige ontwikkelingen in de stad. “Een goede afstemming is cruciaal. Ik zie dat lopende en geplande projecten slim aan elkaar kunnen worden gekoppeld. We kijken bijvoorbeeld bij de aanleg van riolering meteen of de straat ook klimaatbestendig kan worden ingericht en wat de kansen zijn voor het vastgoed er omheen. Als we dit niet doen is dit een gemiste kans.”
Hoe heeft Rotterdam zich die plek in de voorhoede verworven?
Jacobs: “Dat is op zich wel opmerkelijk: sinds Rotterdam de focus legt op watermanagement, is de stad opgestuwd in de vaart der volkeren. Dat geldt voor het vestigingsklimaat, maar bijvoorbeeld ook voor het toerisme. Water is daarin echt dé spil. In 2005 is ‘Rotterdam Waterstad 2035’ de opmaat geweest voor een hele andere manier van denken en werken. Eigenlijk zijn we toen als gemeente begonnen om buiten de deur partners te zoeken, die vervolgens kennis, expertise en creativiteit inbrengen om verder te bouwen aan een klimaatbestendige stad.”
Prins: “Vanuit hun inbreng voelen deze partners zich meer betrokken bij het onderwerp en dragen zij meer verantwoordelijkheid voor de opgaven die er liggen. Zo betrekken we ondernemers, ontwikkelaars, woningbouwcorporaties en bewoners bij het klimaatbestendig maken van hun stad. Dat begint allemaal met enthousiasme en een goed gesprek.”
Lukt dat?
Jacobs: “Steeds beter. En dat moet ook wel. Meer dan de helft van het stedelijk oppervlak is particulier eigendom. Dan is het dus cruciaal dat private partijen deelnemen om vooruitgang te blijven boeken.”
Prins: “We merken dat goede praktijkvoorbeelden inspirerend werken. En daarvan heeft Rotterdam er gelukkig al veel.”
Jacobs: “Niet voor niets krijgen we hier zoveel internationale delegaties over de vloer die dat wel eens met eigen ogen willen zien.”
Wat zijn dan zulke mooie voorbeelden?
Jacobs: “Neem de plek waar we nu zitten: een groentetuin op het dak van het kantoorgebouw. Dat lijkt misschien slechts een klein voorbeeld, maar zulke initiatieven vormen samen wel de haarvaten van het wateropvangsysteem in de stad.”
Prins: “Het Waterplein is een grootschaliger voorbeeld. Samen met de gebruikers van het plein is een plek ontworpen, waar kinderen kunnen spelen en mensen recreëren en elkaar ontmoeten. Bij een zware regenbui krijgt het plein de functie van een bassin, waarin het water wordt opgevangen en tijdelijk vastgehouden.”
En zulke voorbeelden krijgen navolging?
Jacobs: “Zeker weten! Recent hebben we een prijsvraag uitgeschreven voor sloop en nieuwbouw van vastgoed in het Zomerhofkwartier. Daarbij hebben we vooraf voorwaarden gesteld op het vlak van duurzaamheid en klimaat, maar het ontwerp aan de markt overgelaten. Na de presentaties ging ik stuiterend naar buiten van enthousiasme. Bij alle inzendingen was de lat stukken hoger gelegd.”
Prins: “Dat is een hele andere manier van werken, dan gebruikelijk. De regelgeving bepaalt de ondergrens. Daarop volgt de lobby en het enthousiasmeren van partners om aan de groene en blauwe ambities te voldoen. In de praktijk blijkt dat dus te werken.”
Jacobs: “En daar ligt een taak voor APPM, om in het netwerk de gevoelige snaar te raken en de juiste partijen aan elkaar te verbinden. Het opbouwen van een netwerk en het bouwen aan vertrouwen heeft een hele belangrijke functie binnen het Rotterdams WeerWoord. Zonder deze aspecten krijg je veel minder van de grond.”
Prins: “Het is ook een kwestie van durven loslaten en ruimte geven aan nieuwe initiatieven vanuit de stad. Initiatiefnemers krijgen meer vrijheid, dat betekent dat ook anders moet worden gekeken naar zaken als beheer en onderhoud. Niet alleen op basis van het handboek de onmogelijkheden benoemen, maar juist meedenken hoe we zaken wel voor elkaar krijgen.”
Jacobs glundert: “Dat is typisch Rotterdam.”
Dat klinkt goed. Waarom blijft er dan toch weerstand bestaan?
Jacobs: “Die hogere ambities kosten extra geld, zonder dat er directe harde baten tegenover staan. Daarom begrijp ik de koudwatervrees wel. Overigens heeft een clusterbui van twee uur in Kopenhagen al eens laten zien hoe hoog de schade kan oplopen, als het water niet weg kan. De stad was ontwricht, de kosten overstegen de 1,5 miljard euro!”
Prins: “En vergeet niet: op de langere termijn zijn de opbrengsten er wel degelijk. Buurten worden aantrekkelijker door onder andere extra groen en fijne buitenruimten. Dat komt ook de waarde van het vastgoed ten goede en daarmee de leefbaarheid en het vestigingsklimaat. Projecten om trots op te zijn dus. Daar dragen we als APPM graag aan bij. We zien klimaatadaptatie als een grote kans om Rotterdam op meerdere vlakken nóg mooier te maken.”