APPM logoCreated with Sketch.
14 september 2026

Publieke regie gevraagd om impact te maken met deelmobiliteit

Article image

De druk op de ruimte in stedelijk gebied is groot. Een van de manieren om daar slim mee om te gaan, is het delen van auto’s en fietsen. APPMer Bas Scholten en Sven Huysmans van zusterbedrijf The New Drive adviseren gemeenten en regio’s in Nederland en België over de vraag hoe deelmobiliteit echt onderdeel van het dagelijkse leven kan worden. “Als we van deelmobiliteit een succes willen maken, dan vraagt dat publieke regie.” En dat gebeurt ook steeds vaker.

Waar mobiliteit lange tijd ruim baan kreeg, zijn er tegenwoordig meer claims op de stedelijke ruimte. “In onze stedelijke gebieden willen we ook woningen en andere voorzieningen toevoegen,” zegt Bas. “We zien dat efficiëntere vormen van mobiliteit, zoals deelauto’s en deelfietsen, steeds belangrijker worden om een prettige leefomgeving te creëren. Bovendien kan het een oplossing zijn voor mensen in minder drukbevolkte gebieden die zelf geen auto hebben.”

Projecten zonder impact

Sven merkt op dat ‘dé deelmobiliteit niet bestaat’: “Er is een groot verschil tussen tweewielers en vierwielers. En bovendien is het succes van een deelmobiliteitsoplossing afhankelijk van hoe je het deelmobiliteitssysteem organiseert en welke maatschappelijke doelstelling je daarmee wilt bereiken.” Met andere woorden: een deelfiets of deelauto draagt niet automatisch bij aan een prettige leefomgeving. Het hangt af van hoe je het organiseert.

Dat lijkt logisch, maar beide experts wijzen erop hoe het ondanks goede bedoelingen mis kan gaan met deelmobiliteitsconcepten. Zo zijn er commerciële bedrijven die van de ene op de andere dag besluiten om met een project te stoppen. Een ander voorbeeld: een OV-bedrijf dat een concessie voor deelfietsen krijgt. Op zich niks mis mee, behalve als niet is nagedacht waar die fietsen het beste kunnen staan en wat precies met het project bereikt moet worden.

En dan zijn er ook nog de te kleine deelautoprojecten: vaak als pilot gestart, soms succesvol, maar te klein om de mobiliteitstransitie echt in gang te zetten. Bas: “Denk aan drie deelauto’s voor een paar duizend woningen. Met het idee is niks mis, maar dit soort initiatieven mist de schaal om echt iets in beweging te krijgen.”

Lessen voor succes

Natuurlijk zijn er ook succesvolle voorbeelden, zeker op fietsgebied. De OV-fiets is in Nederland een enorm succes, omdat deze het openbaar vervoer op een eenvoudige en betrouwbare manier aanvult voor het laatste stuk van de reis. Ook de stedelijke Velo in Antwerpen is een groot succes. In twaalf jaar tijd is Velo een onmisbaar onderdeel van het dagelijkse mobiliteitssysteem geworden, vertelt Sven. En daar is een aantal mooie lessen uit te trekken.

De stad Antwerpen geeft voor een aantal jaar een concessie af aan een mobiliteitsaanbieder. Deze partij dient ervoor te zorgen dat de deelfietsen voortdurend herverdeeld worden over de stad, zodat overal en altijd een fiets beschikbaar is (er wordt in Antwerpen een percentage van 98% gehaald). Daarbij moet worden aangetekend dat er bij dergelijke projecten wel overheidsgeld bij moet, laat Sven weten. “De gemeente heeft de verantwoordelijkheid genomen om de druk van mobiliteit op de stedelijke ruimte te beperken en een aanpak te kiezen die aansluit bij de beoogde maatschappelijke impact”.

Niet onbelangrijk is dat de stad Antwerpen het deelmobiliteitsproject stevig heeft gepromoot, waarbij het helpt dat de alom aanwezige ‘fietsstations’ overal in de stad zichtbaar zijn. “Voor een beperkt bedrag per jaar kan iedereen een fiets gebruiken voor telkens een half uur. Het is een groot succes gebleken met 8 miljoen ritten per jaar.” Het project is beetje bij beetje vanuit het centrum naar alle uithoeken van Antwerpen uitgerold. Sven: “Inwoners van Antwerpen zien Velo inmiddels echt als ‘iets van ons’.”

Publieke regie

Bas ziet dat in Nederland ‘een structurele inbedding van deelmobiliteit in het mobiliteitssysteem’ nog ingewikkeld is. “Het komt bij ons minder snel van de grond. Deelmobiliteit wordt door overheden vaak als een commerciële activiteit gezien, terwijl het ook een maatschappelijke functie heeft.” Daarin is volgens hem wel iets aan het veranderen. “Gemeenten zien in dat ze zelf een rol te vervullen hebben. Als je maatschappelijke impact wilt maken, dan vraagt dat meer regie en ook een stuk publieke financiering. Zeker als je deelfietsen aan wilt bieden op plekken waar ze commercieel gezien niet haalbaar zijn. Je hebt schaal nodig om van een dergelijk systeem een succes te maken.”

In Nederland adviseren Bas en Sven gemeenten en regio’s over hoe zij deelmobiliteit binnen hun grondgebied kunnen organiseren. Nieuw is dat meerdere gemeenten en regio’s in Nederland werken aan het verlenen van concessies aan marktpartijen die een deelfietssysteem moeten organiseren en beheren. Dat zien we bijvoorbeeld in de regio Utrecht en de regio Eindhoven, de Gooi- en Vechtstreek, regio Amersfoort en in de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. “Dat gebeurt op initiatief en met voorwaarden van de betrokken overheden. Dat de gezamenlijke gemeenten en provincies het initiatief nemen, hebben we nog niet in deze mate gezien,” zegt Bas.

Het is een interessante ontwikkeling die de mobiliteitstransitie vaart kan geven, vindt ook Sven: “Er wordt vaak over Nederland gezegd dat iedereen daar al een fiets heeft en dat deelfietsen daardoor geen kans van slagen hebben. Maar het fietsbezit en -gebruik in Antwerpen ligt hoger dan in Eindhoven en Rotterdam. Het zit ‘m in het gemak van een deelfiets die je altijd en overal kunt gebruiken tegen lage kosten. En dat blijkt in Antwerpen te werken. Het maakt het OV robuuster en je verplaatsingsmogelijkheden veel flexibeler.”

Mensen kiezen dus sneller voor de fiets en het verlaagt ook de druk op de ruimte in de stad als meer mensen van de beschikbare deelfietsen gebruik maken. Want naast de auto bezorgen al die geparkeerde eigen fietsen Nederlandse bestuurders de nodige hoofdbrekens. Vooral rondom stations, omdat al die eigen fietsen het grootste deel van de dag stilstaan. Bas: “Een fietsdeelsysteem kan de ruimtedruk aanzienlijk beperken. De truc is om mensen vanuit ‘een bestaande situatie’ tot ander gedrag aan te zetten. “Met de juiste aanpak kan dit ook in Nederlandse steden slagen; Antwerpen is daarvan een overtuigend voorbeeld.”

Slim omgaan met autodelen

Hoe zit het met de auto en deelmobiliteit? In Nederland en België zijn commerciële partijen landelijk actief. Maar autodelen gebiedsgericht onderdeel maken van het dagelijks leven blijkt nog een grote opgave. Of mensen daadwerkelijk de overstap durven maken, hangt bovendien af van factoren als parkeerdruk en parkeertarieven.

Volgens Bas is grootschalig autodelen in bestaand stedelijk gebied nog lang niet vanzelfsprekend. In nieuwe gebiedsontwikkelingen liggen vaak wel kansen. “Daar gelden vaak lagere parkeernormen, waardoor eigen autobezit minder aantrekkelijk wordt. Tegelijkertijd zagen we dat de verantwoordelijkheid voor het organiseren van deelmobiliteit vaak bij de gebiedsontwikkelaar kwam te liggen. Die is na oplevering van de woningen meestal verdwenen, terwijl een deelmobiliteitssysteem juist vraagt om langdurige continuïteit.”

Bas ziet ook bij deelauto’s een duidelijke rol voor de gemeente. Door zelf de regie te nemen op de organisatie, kan de uitvoering via een concessie bij een commerciële partij worden belegd.

“Zwolle is een van de gemeenten die we hierover hebben geadviseerd; de gemeenteraad heeft daar inmiddels besloten deze aanpak toe te passen in de grootste nieuwe woningbouwprojecten. In Eindhoven en Tilburg lopen vergelijkbare initiatieven in afzonderlijke gebiedsontwikkelingen, terwijl in Eindhoven daarnaast wordt gewerkt aan een stadsbrede strategie. Het uitgangspunt is dat ontwikkelaars meer woningen kunnen realiseren wanneer deelmobiliteit onderdeel is van de gebiedsontwikkeling. Dan is het ook logisch om van hen een bijdrage te vragen aan de realisatie daarvan. De gemeente blijft daarbij verantwoordelijk voor de continuïteit van het systeem, bijvoorbeeld door afspraken te maken met aanbieders. Ook in een groot transformatiegebied in Zwolle wordt deze aanpak toegepast.” En dat is precies het soort oplossingen waarmee Bas en Sven bijdragen aan duurzame verstedelijking.

Drie toverwoorden van Sven voor succesvolle deelmobiliteitssystemen:

1. Continuïteit
Het systeem moet betrouwbaar zijn: altijd een fiets of auto beschikbaar en zekerheid dat de aanbieder in de gemeente blijft.

2. Begrijpelijkheid
Deelmobiliteit moet toegankelijk zijn voor de gebruikers en naar gebruik aansluiten bij een logische schaal. Dit is vaak groter dan gemeentegrenzen.

3. Prijs
Het systeem moet financieel aantrekkelijk zijn voor gebruikers en de prijs moet aansluiten bij het doelgebruik. Als je je eigen fiets gratis kan stallen, ga je geen 5 euro betalen om naar het station te fietsen.

Artikel
Joost Zonneveld
Foto
Vélo
615c6b623f6b5d7b12e7050b_bas website (2)
Contactpersoon
Bas Scholten
Meer weten of hierover sparren?
We gaan graag het gesprek aan! Neem contact op met: