APPM logoCreated with Sketch.
7 oktober 2026

Samen op zoek naar wat wél kan: de toekomst van het veenweidegebied

Article image

Het westelijk veenweidegebied is een open, waterrijk polderlandschap met grazende koeien: Nederland op zijn mooist. Maar achter dit idyllische plaatje schuilt een ongekende stapeling van opgaven: bodemdaling, CO₂-uitstoot, waterkwaliteit, stikstof en biodiversiteit. Daarbij is ook ruimte nodig voor wonen, recreatie en landbouw. In een gebiedsproces werkt APPM samen met boeren, overheden en belangenorganisaties aan een gezamenlijke, toekomstbestendige gebiedsaanpak.

“Het westelijk veenweidegebied is politiek gezien het meest interessante stukje landbouwgrond van Nederland,” zegt Aad Straathof. Hij kan het weten, want hij woont en werkt er al jaren: als melkveehouder, bestuurder bij LTO Noord en het Hoogheemraadschap van Rijnland, en nu als gedeputeerde van de provincie Zuid-Holland. Dezelfde opgave ziet er door elke bril anders uit. “Ik ben functioneel schizofreen,” grapt Aad. “Ik kan denken als boer, maar ook als ‘waterschapper’ en gedeputeerde. Van mij wordt verwacht dat ik keuzes maak waarin ik dit allemaal meeneem.”

Elke oplossing een nieuw probleem

Dat brede perspectief blijkt in de praktijk een groot voordeel, want het venijn van de westelijke veenweideproblematiek zit in de samenhang. Wat het ene probleem oplost, verergert het andere. Een voorbeeld: om veeteelt mogelijk te maken, wordt veengrond ontwaterd. “Zo hebben we eeuwenlang het water op afstand gehouden,” zegt Aad. “Maar daardoor daalt de bodem en komt CO₂ vrij. Het veen natter houden remt bodemdaling, maar vermindert de draagkracht die nodig is voor koeien en machines. En bij een piekbui zit de sloot eerder vol en moet er meer water worden weggepompt.” Klimaatverandering leidt tot meer van die piekbuien en tot meer droogte. En dat is nog maar één van de vele opgaven.

Kiezen doet pijn

Lange tijd gold het idee dat het systeem maakbaar was met technische maatregelen, een hoger waterpeil en slimme drainage. “Dat kan niet meer overal,” zegt APPMer Oscar Keunen. “Op sommige plekken kun je met waterinfiltratie nog echt stappen zetten. Op andere plekken is het nodig om keuzes te maken.”

Juist dat ligt gevoelig. Kiezen voor landbouw betekent minder winst voor natuur en klimaat. Kiezen voor natuur of het remmen van bodemdaling vraagt soms om een andere vorm van landbouw. “Dit zie ik ook terug in landelijke advisering,” zegt Oscar. “De Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur adviseert1 bijvoorbeeld om duidelijke keuzes te maken per locatie: ga je voor productielandbouw of juist voor maatschappelijke landbouw?”

Aad Straathof in een overall met de tekst "Aad is overal(l)"
Aad Straathof

Belonen voor meer dan melk

“Differentiatie is onvermijdelijk, er zullen offers worden gevraagd,” zegt Aad. “Een deel van het gebied zal op termijn geen klassieke veenweide meer zijn. Maar hoe leg je dat uit aan melkveehouders die hier al generaties boeren?” Tegelijkertijd ziet hij perspectief. “Het mixverdienmodel lijkt kansrijk: daarbij worden boeren naast de productiewaarde van melk, kaas en vlees, beloond voor ecologische en maatschappelijke waarden, zoals waterkwaliteit, biodiversiteit en klimaat en leefbaarheid.” Daarvoor moeten overheden meebewegen. “Geef ruimte aan boeren om naast hun primaire productie andere functies te ontwikkelen, zoals zorg of recreatie. En rek de definitie van landbouw op. Ruimdenkend zijn maakt het verschil.”

Niet vanachter een bureau

Omdat geen polder hetzelfde is, valt deze puzzel niet vanachter een bureau op te lossen. Het ene veen stoot meer broeikasgas uit dan het andere, en bijna alle maatregelen rusten op vrijwilligheid. APPM werkt als onafhankelijke procesbegeleider samen met gemeenten, provincie, waterschappen, boeren en natuurorganisaties. Met een gebiedsproces wordt collectief gewerkt aan innovatieve oplossingen voor grote maatschappelijke uitdagingen. “Het is onze rol om abstracte opgaven te vertalen naar een uitvoerbaar idee met een concreet tijdspad,” zegt Oscar. “Er zijn tegengestelde belangen - en die mogen er zijn. De focus ligt bij ons op wat wél kan.”


Gebiedsproces Blauwe-, Vliet- en Waterloospolder

In de Blauwe-, Vliet- en Waterloospolder bij Kaag en Braassem gaat dit najaar de schop in de grond voor de aanleg van een innovatief waterinfiltratiesysteem. Daar ging drie jaar intensieve voorbereiding aan vooraf.

In totaal wordt 180 hectare polderland voorzien van waterinfiltratie, wat de bodemdaling vertraagt en de CO₂-uitstoot van de deelnemende percelen met 30-40 procent terugdringt. Tegelijk leggen de boeren natuurvriendelijke oevers aan. Deze groenblauwe dooradering versterkt de biodiversiteit, verbetert de waterkwaliteit én gaat de afkalving van percelen tegen. En doordat de draagkracht van de bodem op peil blijft, houden boeren hun bedrijf toekomstbestendig. Zo brengt één project meerdere opgaven samen: een win-winsituatie.

Het project komt voort uit een samenwerking tussen de provincie Zuid-Holland, het Hoogheemraadschap van Rijnland en de boeren in het gebied, en past binnen het Zuid-Hollands Programma Landelijk Gebied. De adviesaanvraag werd begeleid door APPM, PPP Agro en de provincie Zuid-Holland. Stichting De Groene Klaver Projecten coördineert de uitvoering. Met als gezamenlijke ambitie: een veerkrachtig en duurzaam Zuid-Holland.

Over álle opgaven tegelijk praten

APPM helpt bij het formuleren van de visie, zet een strak, transparant proces neer en houdt de energie erin. Oscar: “Ik heb geleerd dat er in gesprek met boeren heel veel kan. Zeker als je de tijd neemt om alles goed uit te leggen.” Aad knikt: “De plannen voor het landelijk gebied leunen vaak sterk op stikstof, waardoor er bijvoorbeeld te weinig aandacht is voor water. Beter is het om over álle opgaven tegelijk te praten.”

Dat dit werkt, bewijst het project in de Blauwe-, Vliet- en Waterloospolder bij Kaag (zie kader). Hier doet de tijd zijn werk: wat in het begin onmogelijk leek, is gaandeweg uitgepuzzeld. “Waar overheden eerst vanuit de eigen koker dachten en naar elkaar wezen over kosten en verantwoordelijkheden, werkt men nu vanuit een gezamenlijk belang,” zegt Aad. Het gebiedsproces levert zo een blauwdruk op voor andere gebieden met vergelijkbare opgaven. “De kracht zit hem in het gaan doen met elkaar,” zegt Oscar. “Studies, overleg en een goed proces zijn belangrijk, maar uiteindelijk moet je gewoon ergens beginnen.”

8 ingrediënten van een geslaagd gebiedsproces

Vrijwilligheid en urgentie
Boeren die de noodzaak voelen, vooruit willen en uit zichzelf meedoen.

Bestuurlijk commitment
Bestuurders met lef en doorzettingsvermogen die vasthouden aan gemaakte keuzes, ook als het bestuur wisselt.

Ruimdenkendheid en flexibiliteit
Overheden die meebewegen en ruimte geven, in plaats van te sturen op de millimeter.

Tijd
Een opgave is zo verteld, maar landt niet in één avond: geef mensen de tijd.

Vertrouwen en verbinding
Wederzijds begrip en elkaars taal leren spreken, zorgt voor vertrouwen en verbinding.

Kennis bij waterschap en provincie
Om de opgaven scherp te krijgen én te vertalen naar concrete, uitvoerbare keuzes.

Co-financiers
Die bij goed onderbouwde plannen over de brug komen.

Geen woorden, maar daden
Stop met praten en ga gewoon doen. Gaandeweg vind je de antwoorden.

Artikel
Annemieke Bartholomeus
Foto
iStock
oscar-nieuw
Contactpersoon
Meer weten of hierover sparren?
We gaan graag het gesprek aan! Neem contact op met: