Hoe mooi zou het zijn als de Rotte, de Rijn en de Vliet met elkaar in verbinding staan? “Een waterring door het Groene Hart, hoe cool is dat?” vraagt de Zoetermeerse wethouder groen, Robin Paalvast, zich enthousiast af. Het begon als een wild plan. Maar wel één dat gaandeweg serieus is gaan leven, ook bij andere partijen. Reden om APPM in te schakelen voor een nader haalbaarheidsonderzoek. De uitkomst: de potentie van het plan is evident.

Het idee voor het ‘Rondje Rijn, Rotte en Vliet’ ontstond spontaan tijdens een gebiedsstudie om het groen en de recreatie rondom Zoetermeer een impuls te geven. Gebogen over diverse landkaarten viel het de onderzoekers op dat veel grotere waterlopen ‘dood’ liepen, soms op slechts enkele kilometers van een andere rivier of plas. Paalvast: “Ik zag wel wat in zo’n ‘rondje’ en heb het idee gewoon eens aan diverse bestuurders in de buurt voorgelegd. Tot mijn verrassing leverde dat veel meer enthousiasme op, dan scepsis. Niet alleen gemeenten, maar ook waterschappen vonden het een buitengewoon interessante gedachte.”

Vestigingsklimaat
Voldoende aanknopingspunten voor een aanvullend onderzoek, zo was de teneur. Zeker toen er in de Metropoolregio Rotterdam Den Haag een rapport verscheen met aanbevelingen voor extra aandacht voor de kwaliteit van de groene ruimte rondom de steden. “Ook als belangrijke impuls voor het vestigingsklimaat in de regio. Dat sterkte me nog meer om dit plan verder te brengen. We waren op zoek naar een bureau dat daar iets zinvols over kon zeggen. Iets dat een spade dieper ging dan tekenen en rekenen,” blikt Paalvast terug, vanuit De Prins in Hillegersberg aan de oever van de Rotte.

Gesprekspartner Bart Budding (APPM) was ook direct enthousiast over het idee. Als fervent zeiler en roeier heeft hij de meerwaarde van het water zelf al vaak ervaren. Toch was hij ook kritisch. “Om de investering in een vaarverbinding alleen met sloepjes terug te verdienen is zeer moeilijk. Om een reële kans van slagen te hebben, moesten we breder kijken. Welke economische impuls kan het nog meer geven aan het hele gebied? En hoe wordt daar door de bewoners op gereageerd? Om antwoord te krijgen op die vragen, hebben we diverse brainstormsessies belegd.”

Tekentafelgeleerden
Paalvast knikt. “Dat is een sterk punt in deze haalbaarheidsstudie. APPM heeft ervoor gezorgd dat het niet is gebleven bij een feestje voor tekentafelgeleerden. Ze durven alle lagen van de bevolking mee te laten denken, soms ook in ongebruikelijke samenstellingen: van een agrarische natuurvereniging tot de kanobond en van het waterschap tot de dorpsraad. Daarin gingen ze best ver.” Budding lachend: “Het is maar net wat je gewend bent. We wilden in die beginfase vooral snappen hoe het gebied in elkaar steekt, verkennen wat de perspectieven zijn en schetsen waar het naartoe zou kunnen gaan. Heel vrij, zodat mensen echt hun creativiteit de vrije loop durfden te laten gaan.” En dat is precies waar Paalvast op doelt. “Wat ik vooral van lef vond getuigen, is dat al die ruwe schetsen uit de werkateliers nog dezelfde dag aan de inwoners werden voorgelegd. Ongepolijst. Dat leverde hele uitgesproken reacties op. Van razend enthousiast tot puur verontwaardiging waarom we bijvoorbeeld ons geld niet in de oplossing van het fileprobleem stopten.”

Dromen
Volgens Budding is dat laatste juist goed. “Zoiets plaatst het idee ook weer met beide benen op de grond. Dromen is mooi, maar de dagelijkse realiteit is helaas vaak iets anders. Tijdens de terugkoppeling naar de bestuurders stond op de eerste flap van de presentatie: ‘zijn jullie helemaal gek geworden?’ Als een soort wake up-call. Toch is het gelukt om tot een collectief gedragen inzicht te komen, juist door het idee eerst vrij te interpreteren. Uiteindelijk leverde dat drie scenario’s op, elk met een eigen koers en dynamiek.” In het eerste scenario ligt de focus op de ontwikkeling van het landschap van veenweide en droogmakerijen met aandacht voor historische elementen, zoals de ‘steilrand’. Het tweede scenario is een parklandschap dat Alphen aan den Rijn en Zoetermeer met elkaar verbindt door middel van een recreatieve strook voor varen, fietsen en groen. En als derde een ‘waterring’, waarbij de mogelijkheid wordt gecreëerd om een rondje in het gebied te varen. “Binnen die ring zou dan ruimte zijn voor duurzame en innovatieve landbouw,” legt Budding uit.

Inspireren
Paalvast wijst naar buiten, als de zoveelste vier met stuurman passeert. “Herkende ik daar de man voorin de boot?” Budding grijnst: “Als je oud-burgemeester Ivo Opstelten bedoelt, dan kun je wel eens gelijk hebben.” Daarmee is de aantrekkingskracht van het water maar weer eens bewezen, vindt Paalvast. Terug naar ‘het rondje’. Welk scenario het wordt, staat nog niet vast. Volgens Paalvast is dat ook niet de belangrijkste uitkomst: “De rode draad is de behoefte aan een aantrekkelijkere omgeving om te wonen, werken en recreëren. Ik vermoed dat het weleens een mix van die drie scenario’s kan worden. Dat is niet iets voor de korte termijn. Dit soort bestuurlijke vergezichten kunnen toekomstige beleidsmakers inspireren, om water meer te zien als verbindende factor. Bij grote ruimtelijke plannen, moet ook water en groen serieus meespelen. Deze studie levert daar een wezenlijk bijdrage aan. En dat had niemand zich bij dat eerste wilde plan kunnen bedenken.”