Blogserie ‘de onzekere wereld van het doelgroepenvervoer’ door Marten Westeneng

In de vorige blog stond ik stil bij waarom de organisatie van het doelgroepenvervoer een nachtmerrie is. Naast vele vruchten krijg je te maken met wetgevingsjungle, portefeuillebuikpijn en een onontwarbare samenwerkingsspaghetti. Ditmaal 4 redenen waarom het huidige doelgroepenvervoer stilletjes zijn glans verliest. Daarna is het gesomber gelukkig voorbij en richten we ons op een vrolijke toekomst. Gelukkig maar!

Reden 1: “Een politiek frame dat elke verandering in de weg zit”
Het doelgroepenvervoer heeft te leiden onder een weerbarstig politiek frame. Het frame dat de doelgroepenvervoerreiziger zielig is. Dat die reiziger ook alleen maar gebaat is bij behoud van de status quo en niks anders wil. Dat die reiziger geen enkele verandering aan kan. Ik heb al menig wethouder en raadslid een hartstochtelijk, emotioneel pleidooi horen houden dat we die zielige reiziger niks af mogen pakken van hun verworven rechten. Dat de status quo het grootste goed is en innovatie verwerpelijk. Gelukkig zijn er wel goede voorbeelden van innovaties, denk maar aan de Wijkhopper. De eerlijke waarheid is dat de status quo in het doelgroepenvervoer met geluk hooguit 2 tot 3 jaar duurt. Met elk nieuw vervoerscontract – al gauw elke 2 tot 3 jaar – gaat een nieuwe vervoerder rijden. De bijbehorende opstartperikelen voor de reiziger zijn het gevolg. Dit politiek frame verdient repliek. Liefst gelardeerd met mooie voorbeelden en persoonlijke verhalen. Zoals van die stoere oud-doelgroepenreizigers die met trots en training inmiddels gebruik maken van het gewone openbaar vervoer.

Reden 2: “De media lust wel een tranen trekkend verhaal”
“Schoolbusjes laten honderden kinderen staan.” “Ouders in tranen: speciaal vervoer blijft zorgenkind.” “Regiotaxi laat klanten in de kou staan.” Zomaar een paar willekeurige titels over het doelgroepenvervoer in de media. Verhalen die bijna altijd gaan over de selecte groep reizigers of hun mantelzorgers die niet tevreden zijn. Laat ik toch eerst zeggen dat zulke gevallen bijzonder naar zijn. Ik stap niet over het persoonlijk leed heen. Ik zoek wel nuance. De beeldvorming in de media over het doelgroepenvervoer slaat namelijk bijzonder negatief uit. Het zijn zulke verhalen die al snel in de politiek tot vragen leiden. Individuele casussen van doelgroepenvervoerreizigers ligt zo continu onder een vergrootglas in gemeenteraden. Rust op dit dossier is dan wel de veiligste en meest begrijpelijke keuze. Het klimaat om volop te gaan voor vernieuwen en innoveren is dan ver weg. Het politiek afbreekrisico is simpelweg (te) groot.

Reden 3: “Contractintegratie binnen het doelgroepenvervoer loopt al bijzonder moeizaam”
De moedige keuze van vernieuwen en innoveren wordt her en der toch wel gemaakt (waarvoor hulde!). De regiecentrales schieten in ons land als paddenstoelen uit de grond. De integratie van verschillende vervoersstromen in één zo’n regiecentrale gaat echter vaak niet zonder slag of stoot. Ik noem geen namen, maar als ingewijde staat er jou nu vast een voor ogen. Opstartperikelen lijken gemeengoed. Dat is ook al het geval als je na een aanbesteding een nieuwe vervoerder krijgt. De ervaring met de implementatie van regiecentrales is immers beperkt, een goede voorbereiding daarop bijzonder complex. Ik verwijs voor het gemak maar even naar deel 1 van deze blogserie over organisatie. Als dan het risico eenmaal is genomen en dat ook politiek en bestuurlijk gedoe oplevert, staan verder innoveren en vernieuwen natuurlijk weer voor jaren in de vrieskist. Het uit de wind houden van de wethouder is jou eerste zorg. Het opvoedideaal van de 19e eeuw met rust, reinheid en regelmaat is dan waar iedereen voorlopig wel genoeg aan heeft.

Reden 4: “Het doelgroepenvervoer en openbaar vervoer bewegen eerder weg van elkaar”
Ik had het eerder al over de drie buzzwoorden van deze tijd: innoveren, integreren en MaaS. Het wordt gezien als de toekomst voor het doelgroepenvervoer. Het is in potentie de ideale oplossing voor plekken waar het openbaar vervoer met teruglopend gebruik te kampen heeft en het aantal verplaatsingen met doelgroepenvervoer beperkt is. Veeg al het vervoer op één hoop en het wordt efficiënter en betaalbaarder. Toch gaat die vlieger niet zonder meer op. Met de decentralisaties in het sociaal domein en het adagium van zelfredzaamheid vraagt de toekomstige doelgroepenreiziger steeds meer gespecialiseerde zorg. Doelgroepenvervoer wordt steeds meer gespecialiseerd maatwerk. Het openbaar vervoer leeft enorm op waar frequenties omhoog gaan en buslijnen rechtgetrokken worden. Zie daar dat het doelgroepenvervoer en openbaar vervoer weg bewegen van elkaar. Dat bij elkaar brengen is geen sinecure. Voorbeelden zijn vooralsnog schaars.

Weet jij nog raad met de toekomst van het doelgroepenvervoer? In onze volgende blog kijk ik eindelijk vrolijk vooruit en droom ik over een mooie toekomst voor de doelgroepenreiziger.