Hoe kunnen we de toekomstige OV-reiziger zo goed mogelijk van deur tot deur brengen? De deelnemers van de Moreelse Tafel, een denktank van deskundigen, gingen met die vraag aan de slag. Ongebonden, op persoonlijke titel en niet gehinderd door bestaande belangen. De Moreelse Tafel trok de aandacht van de gevestigde orde, die zich gaandeweg in de discussies mengde. De vrije manier van denken is echter overeind gebleven en vindt zijn weg in onder andere het Programma Toekomstbeeld OV.

Het programma wordt getrokken door het Ministerie van I&M, maar ‘iedereen’ doet mee: het Rijk, provincies, regio’s, steden en vervoerders. Vijf landsdelen denken in splendid isolation na over optimalisatie van het OV binnen hun eigen gebied. Een zesde groep buigt zich over het goederenvervoer. Tot slot kijkt een groep naar de internationale connectiviteit op het niveau van Noordwest-Europa en de grootstedelijke regio’s in de driehoek Amsterdam-Brussel-Keulen. Uiteindelijk komen de zeven ‘ideale werelden’ samen op één centrale tafel. Inmiddels zijn uit allerlei mogelijke combinaties vier onderscheidende ontwikkelrichtingen gedestilleerd voor het gehele OV-systeem in 2040.

Denkers van het eerste uur

Pepijn van Wijmen (APPM) en Emile Jutten (NS, Ontwikkeling), zijn Moreelse Tafel deelnemers van het eerste uur. Pepijn heeft de zuidelijke Randstad ondersteund bij het ontwikkelen van hun OV-perspectief en is nu de begeleidend consultant voor de ‘centrale tafel’. Emile zit vanuit de NS in het landelijke programmateam dat het Toekomstbeeld OV begeleidt. Pepijn: “In de Moreelse Tafel is een zaadje geplant dat geleidelijk aan tot wasdom komt.” Belangrijk uitganspunt is dat niet primair de ligging van de treinstations het ontwerp van het OV bepaalt, maar de ruimtelijkeeconomische ‘magneten’. Dit zijn de plekken waar de reiziger heen wil, zoals centra waar mensen werken, winkelen of studeren. Kijken  vanuit ruimtelijk ordening en deur-tot-deur leidt tot andere oplossingsrichtingen. Emile: “De trein brengt je naar het station. In Den Haag bijvoorbeeld naar Centraal of Holland Spoor. Hoewel we die plekken steeds aantrekkelijker maken, zijn het niet per se de bestemmingen waar de mensen willen zijn. Je wil ook gemakkelijk ‘over de knoop heen’ kunnen reizen.”

Snel en langzaam
Een ‘mooie gedachte’ is de Sprinter, RandstadRail en metro integraal te beschouwen. Pepijn: “Samen vormen ze de backbone van het regionale OV-systeem. Het is echt een doorbraak ze als één product te beschouwen. Soms is het slimmer Sprinters door lightrail te vervangen. Of een hybride vorm te ontwikkelen, tussen Sprinter en metro in. Snel en met weinig stops buiten de stad, langzaam en fijnmaziger binnen de bebouwde kom.” Dat vereist anders kijken. Emile: “Kijk naar Amsterdam. Er zijn stukken waar metro-, tram- en treinsporen naast elkaar lopen. Dat kan een stuk slimmer als je het beschouwt en benut als één systeem.” De tijdshorizon voor de toekomstvisie is 2040. Pepijn: “Dan kun je vrijer nadenken. Los van lopende contracten, investeringsprogramma’s en de huidige techniek.” Eind  dit jaar moeten de contouren van het toekomstige OV-systeem zichtbaar zijn. Pepijn: “Daaraan kunnen toekomstige investeringen getoetst worden. Wanneer het gaat worden, hangt van meerdere zaken af. Daarbij gaat het om de snelheid van technologische ontwikkeling. Maar ook om de investeringsbereidheid van een nieuw kabinet.” Emile: “Willen we internationaal mee blijven doen, dan moeten we blijven ontwikkelen, innoveren en investeren. We staan aan de vooravond van een mobiliteits- en energietransitie. Dat maakt dat we juist nu goed na moeten denken over de toekomst en slimme keuzes moeten maken. Daarbij liggen er interessante dilemma’s voor die scherpe keuzes  vragen. Bijvoorbeeld: richt je investeringen op stedelijke regio’s waar het economische rendement het hoogst is, of juist op het landelijk gebied waar een grote sociale opgave ligt?”

Redenerend vanuit de reiziger
De implementatie wordt nog een spannende opgave. Pepijn: “We gaan dwars door modaliteiten, schaalniveaus en bestuurslagen heen. Markt en overheid gezamenlijk,  redenerend vanuit de reiziger. Daarbij is het cruciaal om oog te hebben voor ieders belang. Een nieuwe vorm van OV leidt tot verschuivingen. Hoe ga je daar zorgvuldig mee om?” Over de sturingsvraagstukken hebben Pepijn en Emile zich nog niet gebogen. Een bewuste keuze legt Emile uit. “In het verleden bleven we vaak steken in de ‘wie-vraag’. Dat blokkeert het denken over de ‘wat-vraag’. Daarom werken we nu  eerst het ontwerp van het nieuwe OV-systeem uit. Vervoerders en overheden zijn enthousiast. Mensen worden overtuigd vanuit de inhoud. Ik hoop dat we de vrije geest van de Moreelse Tafel blijven vasthouden.”