Durf écht te kiezen en pak consequent door. Met die oproep stuurde Pepijn van Wijmen eerder dit jaar de deelnemers aan het seminar ’De bereikbare stad van de toekomst’ de diverse workshops in. De APPM-directeur hoopt uiteraard dat zijn boodschap beklijft. Want tijd om nog langer te twijfelen is er niet. “We kunnen studie op studie blijven stapelen, maar moeten nu echt actie ondernemen.”

Het seminar vond – heel toepasselijk – plaats in het nieuwe onderkomen van APPM in het Groothandelsgebouw in Rotterdam. “Het eerste en tegelijk ook grootste bedrijfsverzamelgebouw van Nederland. Een plek die garant staat voor vernieuwing en verbinding. En juist dat is waar het bij de toekomstige mobiliteit om draait,” zo opende APPM-collega Miran Wiersema het programma. “Tijd voor radicale keuzes”, zette Van Wijmen de toon. “Meer asfalt is geen optie, het bestaande spoornetwerk barst nu al bijna uit zijn voegen en dat terwijl de Randstad er op termijn nog 700.000 inwoners bij krijgt.” Hoog tijd voor scherpe keuzes. Daarvoor is bestuurlijk lef nodig. Want wie durft er onsympathieke maatregelen te nemen tegen de auto? Dat kan zomaar kiezers kosten…

Mobiliteit als uitgangspunt
Tot voor kort is bij de inrichting van Nederlandse steden altijd geredeneerd vanuit de ruimtelijke planning en komt bereikbaarheid op het tweede plan , merkt Van Wijmen op. “En dan is het vaak al te laat. Daarom ben ik voorstander van de omgekeerde route . Neem bereikbaarheid als vertrekpunt en speel daarmee in op actuele vraagstukken als energie, gezondheid, ruimtegebruik en de inrichting van steeds drukkere steden.” Bij de inrichting van de stad is het zaak om gebiedstypen te onderscheiden. “We maken per gebied heldere keuzes tussen de gewenste verdeling tussen verplaatsingen per auto, openbaar vervoer en fiets. Daar zullen we veel scherper op moeten sturen, ook in de verdeling van ons geld.”

Champs-Élysées
Eerst moet het vertrouwen in zo’n nieuwe aanpak groeien, beseft Van Wijmen. Dat is vooral ook een kwestie van doen. “Laten we daarom gelijk beginnen. In Parijs heb ik onlangs nog ervaren hoe het is om zondag op een autovrije ChampsÉlysées te wandelen. Wie dat een keer meemaakt, wil meer. Door het te laten ervaren kunnen we een gedragsverandering in gang zetten. We kunnen in Nederland ook veel meer doen en experimenteren. Dat hoeft bovendien niet veel te kosten.” Die gewenning is een eerste opstap naar meer. Ook om extra gelden te genereren. Van Wijmen zou daar graag harder in doorpakken. “Bijvoorbeeld door geld af te laten dragen uit nieuw te bouwen woningen of door automobilisten te laten betalen als ze met hun voertuig de stad in willen. Met die opbrengsten kunnen we ze alternatieven bieden en zo de stad aantrekkelijker maken.”

Mobiliteitshubs
Uitwisseling tussen de verschillende vormen van vervoer vindt plaats op ‘mobiliteitshubs’. Als we dat beter voor elkaar krijgen, zet dat gelijk iets in gang, daarvan is Van Wijmen overtuigd. “Onze inzet is om multimodaal vervoer maximaal te faciliteren en daarmee te stimuleren. Ik vind het gaaf om te merken, dat die trend met data ondersteund, echt iets teweegbrengt. Bijvoorbeeld met voorzieningen voor parkeren aan de rand van de stad, direct gekoppeld aan vervoer op maat. Duitsland biedt wat dit betreft inspiratie. In steden als München, Hamburg en Bremen zijn zogeheten mobiliteitshubs ingericht waar alle vormen van duurzaam verkeer bij elkaar komen, zoals de elektrische auto en de deelfiets bij een OV-knooppunt. Dit alles ondersteund met een integraal dataplatform.“

Grootste struikelblok zijn de financiën
“Er is wel geld, maar er zijn meer ambities dan bereikbaarheid alleen”, weet Van Wijmen, die het toch ook graag in verhouding zet met omliggende landen. In Londen, Parijs en Brussel wordt een veelvoud geïnvesteerd in mobiliteitssystemen in de stad. In de Randstad hebben we zo’n 1 miljard per jaar extra nodig hebben om de bereikbaarheid tot en met 2040 beter te organiseren.” Dat laatste is nog niet geregeld, maar Van Wijmen is optimistisch over een oplossing. Hij ziet perspectief in een regionaal bereikbaarheidsfonds waaraan ook marktpartijen een wezenlijke bijdrage leveren. Met meer betalen naar gebruik van mobiliteit, met extra heffingen op bestaand vastgoed en door nieuwbouw aan te slaan. “Projectontwikkelaars en vastgoedondernemers zien ook de urgentie. Een eerste verkenning leert dat de bereidheid er is, mits heldere afspraken worden gemaakt. Als we moed tonen, dan ligt het ogenschijnlijk onmogelijke, veel dichterbij dan we allemaal denken.”

Er is veel mogelijk als we durven kiezen!
In de aansluitende workshops die volgden wisselden de deelnemers hun ideeën en ervaringen uit, variërend van de vervoersstrategie van Rotterdam voor 2040 tot de prominente rol van de deelfiets in het stadsbeeld en van een excursie door station Rotterdam Centraal tot de voetganger als de veroveraar van de openbare ruimte. Complexe en vernieuwende ontwikkelingen die verbinden, stuk voor stuk met een optimistisch perspectief voor een dynamische en leefbare stad. Mits er radicale keuzes worden gemaakt.