Enige weken terug was ik op Studytour naar de Washington en New York met een groepje lotgenoten uit ons werkveld. Een bijzondere en op onderdelen ontluisterende ervaring. Heb de boel even laten bezinken en voor de liefhebber deel ik onderstaand wat ervaringen.

Wat mij het meest is bij gebleven aan de trip is het enorme contrast tussen een (in de beeldvorming) vooruitstrevend land en de erbarmelijke staat waarin delen van het land in werkelijkheid verkeren. Dat begint al op de luchthaven van Washington waar je er door een soort archaïsche procedure 3 uur over doet om van de luchthaven af te komen. Overigens was dit op JFK (waar Schiphol mede-aandeelhouder is en meegedacht heeft over de terminal) een stuk beter georganiseerd.

Verder heb ik het beeld van ‘the American dream in een verschroeide aarde’ met name gekregen voor wat betreft het verkeer- en vervoersysteem. Dat geldt voor de infrastructuur (en alles wat daarbij hoort) en het OV-systeem dat notabene de slagader is van een stad als NY. Het jarenlange geloof in de auto als heilige graal helpt dan ook niet mee. Tot verbeelding spreken de staat van het spoor in Grand Central, de opzet/lay-out van Pennstation en het metrosysteem in NY. Een systeem waar de draden los aan het plafond hangen, waar het donker en klein is, waar digitale realtime informatie volledig lijkt te ontbreken, waar men vandaag nog steeds bezig is een veiligheidsprogramma uit de jaren ’80 uit te rollen en waar de verblijfskwaliteit er niet toe doet. Wat mij bij dit alles verwonderd is dat iedereen (ook de bovenkant van de samenleving) ondertussen veroordeeld is tot dit systeem en het dus ook accepteert. Dat is ook iets waar we tijdens onze reis het gesprek over voerden.

Het gevaar bij dit alles is natuurlijk de Nederlandse bril waardoor wij kijken. Het functioneert toch, dus waarom zouden we het verbeteren? Terugkijkend denk ik toch: het kan zoveel beter en mooier. En “als de nood heel hoog is, ga je zelfs naar de meest verschrikkelijke Dixie…” Anders gezegd: wat is het referentiekader? Los van het feit overigens dat naarmate een structurele aanpak uitblijft, dit een hele kostbare, schier onmogelijke opgave aan het worden is. Het kost naar schatting $ 3.600(!) om de infra op orde te krijgen. Dit alles gaat op termijn m.i. ten koste van het vestigingsklimaat en daarmee de economie. Dat laatste lijkt men zich nog niet geheel te beseffen….En juist daar zou wel eens de sleutel kunnen liggen voor een structurele oplossing. Een veel directere koppeling maken met de waarde die een goed en aantrekkelijk verkeer- en vervoersysteem genereerd.

Amerika is bij uitstek het land van de individuele ontplooiing. Grijp je kans en maak er wat van! Omgekeerd zou je ook kunnen zeggen: ‘Als iedereen aan zichzelf denkt, wordt niemand overgeslagen’. Maar tegelijkertijd is er (wat mij betreft) ook een zwarte keerzijde aan deze filosofie. Er lijkt onvoldoende waardering en verantwoordelijkheid voor het grotere geheel. Iedereen optimaliseert de samenleving naar zichzelf. Er ontstaat een samenleving van winnaars en verliezers. De winnaars hebben het goed, de verliezers vanzelfsprekend niet. En daarmee in mijn ogen de samenleving als geheel niet. Wanneer er sprake is van stevige groei (zoals de voorbije eeuw) is het aantal winnaars stevig in de meerderheid. Maar wat te doen als die groei wat terugvalt? Als je de publieke zaak chronisch veronachtzaamd en doet alsof belastingen niet nodig zijn en de overheid evenmin is dit m.i. het (droeve) resultaat.

Een sprekende quote van de chief van de NY-metro comand centre in dit kader: “Als je in Amerika afstudeert heb je een studieschuld van zo’n $ 200.000,-. Je kunt dan twee dingen doen. Of je gaat naar Wall Street en je bent je schuld kwijt in 20 minuten of je gaat bij de overheid werken en dan doe je er 20 jaar over….” Tussen de regels door proef je overigens wel de opkomst van een andere generatie (de Millenials) die andere, meer collectieve waarde meer lijken te waarderen….

Is het dan louter kommer en kwel. Nee. Aan de andere kant zijn er het optimisme en de dadendrang van de Amerikanen. De snelheid waarmee vastgoedontwikkelingen tot stand komen en vastgoedprojecten uit de grond worden gestampd zijn vanuit ons oogpunt ongekend. Dat geldt ook voor de snelheid waarmee nieuwe infrastructuur wordt gerealiseerd. Waar wij de neiging hebben om uitgebalanceerde, integrale, alomvattende projecten te realiseren doen de Amerikanen het een stuk pragmatischer. Een brug aanleggen en later wel kijken hoe we het OV er in passen. Wij hebben de neiging te zeggen: een sectorale benadering en een gemiste kans. Daar valt tegen in te brengen dat er in een veel korter tijdsbestek zaken tot stand komen. Daar kunnen wij nog wat van leren!

Kortom, als het pragmatisme en de energie wat meer ingezet zou worden voor de publieke zaak, kan het heel snel beter worden.

Las van het weekend ook een quote van Charles Groenhuizen in NRC dat Amerika (en met name de Republikeinen) de voorbije jaren het collectieve zaken, zoals infrastructuur, chronisch hebben verwaarloosd. Dit weekend staat er een mooi artikel van gelijke strekking in de Volkskrant waarin ik word geciteerd. De analyse is dat de opkomst van Trump en Sanders aantoont dat het huidige systeem zijn langste tijd heeft gehad. We zullen het zien.

Daags na onze reis zat ik in het OV in Nederland en zowel in de metro in Rotterdam en Amsterdam. Ik was oprecht trots op ons systeem. Voor mij misschien wel de grootste leerervaring van mijn studiereis…..

Door: Pepijn van Wijmen