Het kan zoveel leuker, zoveel beter, zoveel profijtelijker in de GWW-sector, de samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven. Vinden Pim van der Knaap, algemeen directeur Boskalis Nederland, en Jon Bellis van APPM. Uitkijkend over de trotse, oude Rotterdamse haven filosoferen ze gezamenlijk over oplossingen. Wat ze Nederland gunnen? ‘Meer plezier in het werk. En dat opdrachtgevers en opdrachtnemers elkáár meer gunnen!’

Aan het begin van het gesprek passeren enkele oorzaken van de moeizame samenwerking de revue. Bijvoorbeeld het feit dat veel aannemers het moeilijk hebben, waardoor ze geneigd zijn onder de prijs in te schrijven. Of ze schrijven in op opdrachten met een onduidelijke of onmogelijke scope en denken: ik zie later wel hoe ik dat oplos. Genoemd wordt de toegenomen complexiteit en omvang van de werken, waar ook nog eens een grote tijdsdruk op ligt. En de dichtgetimmerde contracten die te weinig ruimte bieden voor creativiteit of bijsturen. Daaroverheen ligt een inmiddels uitgeharde laag van achterdocht en wantrouwen.

Systeem en omgangsvormen
Natuurlijk zijn er ook (complexe) projecten waarin de samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven soepel verloopt. Toch, er gaat te veel mis, vinden beide heren en met hen vele anderen. Pim van der Knaap zegt dat we voor het vinden van oplossingen naar twee hoofdzaken moeten kijken: naar het systeem en naar onze omgangsvormen. ‘Aan de systeemkant denk ik met name aan de manier hoe we de Europese regelgeving toepassen. De aanbestedingsregelgeving biedt meer ruimte dan we nu benutten.’ Daar liggen dus kansen, evenals in het meer rekening mogen houden met past performance. ‘Het is buitengewoon belangrijk met elkaar een relatie op te bouwen en te onderhouden.‘

Onbevooroordeeld luisteren
We zouden minder volgens de letter van het contract maar meer volgens de letter van de moraal kunnen samenwerken, vindt Van der Knaap. Dan moeten projectmanagers aan opdrachtgeverszijde daarvoor wel de ruimte krijgen van hun inkoopafdelingen en juristen. Die staan in zijn opinie te ver van de projecten en kijken vooral naar wat niet kan. ‘Geef projectmanagers meer mandaat om keuzes te maken die in het belang van het project zijn, ook als die afwijken van het contract.’ Bellis: ‘Eens! Breng juristen en inkopers weer dichter bij de praktijk van projecten. Ook is het belangrijk dat we vanaf het begin goed en onbevooroordeeld naar elkaar luisteren en handelen in het belang van het project. Problemen kunnen in een vroeg stadium doorgaans relatief eenvoudig worden opgelost, maar worden vaak groter met de tijd. Essentieel is dat de projectmanagers van markt en overheid hiervoor de ruimte en het vertrouwen krijgen van hun directeuren.’

Bouwautoriteit
Allianties zijn een succesvolle samenwerkingsvorm, maar partnerships kunnen wat Van der Knaap betreft ook simpeler: ‘Wanneer is een project geslaagd? Spreek je daar aan het begin over uit. Voor de opdrachtgever gelden bijvoorbeeld bepaalde mijlpalen, proceswensen en kwaliteitseisen. Voor de marktpartij rendementswensen. Werk samen aan het realiseren van elkaars doelen.’ Bellis ziet wel wat in het oprichten van een Bouwautoriteit, een onafhankelijke marktmeester die nagaat of beide kanten handelen in het belang van het project. Die contracten kan beoordelen op billijkheid en kan nagaan of partijen zich voor, tijdens en na de gunning netjes gedragen. Van der Knaap kan zich vinden in de gedachte, mits deze Bouwautoriteit daadwerkelijk zeggenschap heeft. ‘En je moet voorkomen dat door een extra partij de complexiteit toeneemt.’

Menselijke interactie
Veel, heel veel heeft te maken met menselijke interactie, meent zowel Van der Knaap als Bellis. Ze kennen elkaar van de aansluiting N201-A4, een complexe opdracht waar Bellis de provincie Noord-Holland vertegenwoordigde en Boskalis Nederland de hoofdaannemer was. Van der Knaap: ‘Als we elkaar over en weer niet hadden vertrouwd, was dat project niet tot een goed einde gebracht!’ Bellis: ‘En hier kregen de projectmanagers juist de benodigde ruimte en vertrouwen van de directie.’ Bellis en Van der Knaap gunnen de Nederlandse bouwsector een fijne samenwerking. Bellis: ‘Denken vanuit wij. Werken met plezier, en plezier maak je samen. Idealiter sta je aan het eind van de rit schouder aan schouder en ben je trots op het gezamenlijk behaalde eindresultaat.’ Van der Knaap: ‘Laten we elkaar meer gunnen, dat is volgens mij de kern. Ik hoop dat we met z’n allen trotser worden op wat we doen en hoe we het doen.’

 Samenwerken volgens de letter van de moraal verscheen in de APPM Nieuwsbrief Voorjaar 2016