Tijdens de programmabijeenkomst Stedelijke Transformatie op 9 oktober vertelden Hilco van der Wal en Leontine van der Breggen in een themasessie over gebiedstransformatie bij versnipperd eigendom over de vijf verschillende mogelijke modellen voor samenwerken:

1. Ieder ontwikkelt zelfstandig op eigen perceel.
2. De openbare ruimte wordt over kavelgrenzen heen gemaakt als kwaliteitsdrager.
3. Er wordt herverkaveld in deelgebieden.
4. Er worden percelen samengevoegd waardoor partijen aandeelhouder van de ontwikkeling worden.
5. Één ontwikkelaar verwerft alle percelen.

In praktijk komen deze verschillende vormen bij grote gebiedstransformaties vaak naast elkaar voor. Het is de kunst om enerzijds te herkennen in welke situatie welke vorm van samenwerken past en daarnaast om te weten hoe je hier in het proces op kunt sturen.

 

 

Aandacht voor gezamenlijke droom
Een goede en effectieve samenwerking vraagt om een goede en transparante organisatie van het proces van de planvorming .

Hilco: “Marktpartijen zijn ook mensen; vertrouwen en samenwerken zijn cruciale bouwstenen.”

Welke partijen hebben waarover echt iets te zeggen en wie consulteer je alleen? Een belangrijk aspect waar je de gebiedspartijen die de transformatie mede moeten gaan maken -zoals meestal de eigenaren- is dat je gezamenlijk aandacht besteedt aan de gezamenlijke droom voor het gebied. Uiteindelijk werk je allemaal aan een nieuw stuk stad waar mensen wonen, werken, leren en verblijven. Dat mensen hier gelukkig zijn is het uitgangspunt.

Leontine: “Probeer eens de bril van de andere partij op te zetten en neem deze perceptie ook mee het proces in.”

 

Bijdragen aan de gelukkige stad
Wat zijn de kwaliteiten van het gebied? Welke ambities zijn er en welke functies kunnen we hier slim combineren? Hoe kunnen we de opgaven dan nu het best aanpakken zodat dit maximaal en op lange termijn bijdraagt aan deze gelukkige stad? Er zijn drie centrale vragen die je kunt combineren:
1. Wat speelt er nu, welke opgaven zijn er?
2. Waar willen we heen, welke doelen zijn er richting de stad van de toekomst?
3. Hoe werken we hier concreet aan? Hoe wordt het voor zowel markt als overheid een haalbare ontwikkeling?

Gewenste zekerheid
Fred Hobma van de TU Delft gaf aan het einde een reflectie op de gevoerde gesprekken. Interessante constatering was dat uit onderzoek blijkt dat gemeenten nog vaak wel actief grondbeleid voeren, maar instrumenten zoals de PPS (Publiek Private Samenwerking) lijken te zijn weggeëbd. Hij constateerde ook dat er bij de markt veel behoefte is aan zekerheid vooraf. Echter kan bij stedelijke transformaties deze gewenste zekerheid onmogelijk gegeven worden door gemeentes. Vanwege de over het algemeen verminderde capaciteit bij gemeentes uit Fred Hobma het vermoeden dat de markt in de toekomst steeds meer aan zet is bij het neerleggen van een visie.