Sinds de klimaattop in Parijs heeft Nederland een doel: klimaatneutraal in 2050. Maar hoe pakken we dat aan? Samen met APPM werkt de Omgevingsdienst Midden-Holland (ODMH) aan een regionale energietransitie voor Gouda en omstreken. Wat zijn de mogelijkheden en vooral, wat betekent dat voor de ruimtelijke inrichting? In regio Midden Holland zetten ze gezamenlijke ontwerpkracht in om te komen tot goed onderbouwde keuzes. Keuzes die gedragen worden door partijen die het gaan uitvoeren: bedrijven, corporaties, ziekenhuizen, agrariërs en vele anderen.

Ruth Noorduyn, beleidsadviseur duurzaamheid bij de ODMH, trekt samen met APPM’er Matthijs Kok de regionale energiestrategie. “Wij hebben al jaren energie-experts in dienst”, vertelt ze. “Het voordeel is dat bij ons veel regionale kennis zit. Bovendien is de omgevingsdienst al gewend te werken voor de zes gemeenten in dit gebied.” Dat is meteen ook een handicap. Ruth is ambtenaar en heeft beperkte speelruimte. “Daarom is de aanwezigheid van Matthijs zo belangrijk. Hij kan als onafhankelijk adviseur van alles roepen, mensen prikkelen en confronteren. Zo’n onafhankelijk persoon heb je gewoon nodig, al was het maar om duidelijk te maken dat energietransitie geen overheidsfeestje is. Daarom is het ook goed dat niet-overheden deel uitmaken van de stuurgroep.”

Energie-en-ruimte-ateliers
Matthijs: “Iedereen heeft een klimaatambitie, maar niemand heeft een plan.” Midden Holland heeft bewust gekozen voor een centrale rol van energie-en-ruimte-ateliers. In drie bijeenkomsten buigt een brede groep stakeholders zich over de ruimtelijke impact van energietransitie én de kansen die de regio daarvoor biedt. De ateliers helpen bij het uitwerken van een regionale energiestrategie in concrete maatregelen. “Dit is voor ons de manier om beweging in gang te krijgen”, zegt Matthijs. “Het is technisch gezien niet zo ingewikkeld om achter je bureau een plan te maken waarin je een invulling geeft aan de opgave. Maar als dat bij niemand landt en op een bureau blijft liggen of de la ingaat dan heb je er niet zoveel aan. Voor een gemeenschappelijke opgave moet je werken aan een gezamenlijke oplossing. En dat is wat we willen bereiken met die ateliers.”

Gevoel van urgentie
Eerst is een regioanalyse gemaakt. Hoeveel energie wordt er in totaal in de regio gebruikt? Kan dat allemaal duurzaam worden opgewekt? Matthijs: “De ateliers zijn ook bedoeld om een gevoel van urgentie te kweken. Wil je echt energieneutraal zijn, dan moeten er bijvoorbeeld 228 windmolens worden geplaatst. Wil je dat en zo ja, waar? We werken in de ateliers dus niet alleen met petajoules, maar ook met de ruimtelijke consequenties.” Een plek voor windmolens is niet snel gevonden, laat staan dat er draagvlak voor is. Matthijs: “In Gouda is onvoldoende ruimte voor de inpassing van duurzame opwekking van de eigen energievraag. Dat zal voor een deel moeten worden opgelost in de buitengebieden. Daarom is een regionale aanpak zo belangrijk. Een idee is om in de diverse kernen dorpsmolens te plaatsen, in eigendom van de bewoners van die kernen. Aangevuld met lintopstellingen van windturbines langs de A12 en de N11 leveren dit duurzame energie aan de stedelijke gebieden in de regio.”

Warmteplan
Er zijn nog meer grote vraagstukken. Wat doe je bijvoorbeeld met mobiliteit in een gebied dat gekenschetst wordt als doorvoerregio? En wat te doen met de warmtevraag in de gebouwde omgeving? “We willen van het gebruik van aardgas af”, zegt Ruth, “maar hoe gaat dat er uit zien? Uiteindelijk moet je bewoners gaan uitleggen hoe je dan gaat koken.” Matthijs: “Afscheid nemen van aardgas vraagt veel meer duidelijkheid over rollen van alle betrokkenen. De gemeente bepaalt welke wijk op welk moment van het aardgas af gaat en de netbeheerder wordt verantwoordelijk voor een alternatieve warmtevoorziening. Daarvoor is andere wetgeving nodig en de eerstkomende tijd op regionaal niveau speelruimte voor experimenten.” Ruth: “In feite moet elke overheid een warmteplan maken. De ruimtelijke inpassing kan een gemeente verankeren in de Omgevingsvisie.”

Bedrijfsleven
De ateliers leerden ook dat er al het nodige gebeurt, zeker bij de grootgebruikers. Zo beschikken de ziekenhuizen in de regio al over een WKO-voorziening. En diverse bedrijven en instellingen staan te popelen om hun bedrijfsvoering te verduurzamen. Ruth: “Kaasleverancier Vergeer Holland gebruikt bijvoorbeeld jaarlijks even veel aardgas als 2.800 huishoudens en wil van het aardgas af. Wij zetten samen met de provincie, de gemeente en de dorpsraad een onderzoek op voor een oplossing en voorzien Vergeer Holland zo van de benodigde kennis en informatie.  Zo kunnen bedrijven met hun restwarmte omliggende huizen verwarmen. Wij kunnen daarin een coördinerende rol spelen.” Matthijs vult aan: “Door het project zie je nu al superleuke dingen ontstaan, zoals een woningcorperatie die met een netbeheerder een plan gaat maken om de huurwoningen op termijn van het aardgas af te helpen. Voor de energietransitie zijn dit soort samenwerkingen noodzakelijk, ons project zet partijen écht in beweging.“

Regionaal klimaatakkoord
In september is de regionale energietransitie klaar. Resultaten worden vastgelegd in een regionaal klimaatakkoord. Ruth: “Uiteindelijk werken we toe naar een uitvoeringsplan met geld, actiehouders en een blijvende regionale samenwerking. Dit project helpt gemeenten bij het realiseren van hun klimaatambities. 2050 lijkt ver, maar we moeten morgen beginnen. Er worden nu echt duidelijke stappen vooruit gezet.”

Midden Holland is een van de pilotregio’s van de Deal Regionale Energietransities.
Zie voor meer informatie: http://regionale-energiestrategie.nl