Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de organisatie en uitvoering van het doelgroepenvervoer. Wmo-vervoer, leerlingenvervoer en dagbestedingenvervoer worden op dit moment doorgaans los van elkaar gecontracteerd en aangestuurd. Dat kan slimmer. In Limburg werken 32 gemeenten aan een model voor een toekomstbestendig doelgroepenvervoer.

Vergrijzing
Voor de Venlose wethouder Ramon Testroote vormt vooral de vergrijzing van de bevolking het motief om het doelgroepenvervoer slimmer in te richten. ‘De komende 15 jaar zal het aantal 70-plussers verdubbelen, terwijl tegelijkertijd de beroepsbevolking in deze regio met 4% krimpt.’ In de huidige situatie rijden de busjes slechts een beperkt deel van de dag en zijn ze op de terugweg te vaak leeg. Kamphuis: ‘De gemeenten willen daar een strakkere regie op hebben en kijken of er efficiencyvoordelen zijn te behalen.’ Zijn ambtgenoot Testroote wil de aansluiting tussen OV en regiotaxi’s verbeteren. ‘We kunnen regiotaxi’s ook inzetten voor vervoer naar OV-haltes en -knooppunten. Mensen moeten dan natuurlijk niet hoeven wachten bij een tochtige bushalte, maar bijvoorbeeld in een gemeenschapshuis waar ze comfortabel een kopje koffie kunnen nuttigen.’

Couleur locale
Er zijn ook zorgen bij betrokkenen over de verandering van het doelgroepenvervoer. Bijvoorbeeld bij vervoerders die voor een deel van hun broodwinning vrezen. Of gemeenteraadsleden die zich afvragen of de eventuele Noord- Limburgse medewerker van de regiecentrale de specifieke situatie en het dialect van de inwoner uit het Zuid-Limburgse Kerkrade kent en verstaat. Testroote: ‘De medewerkers van de centrale moeten wel weten hoe de situatie er lokaal uitziet.’

Belangrijk is dat de koepels van de cliëntenorganisaties (Wmo-raden, de Federatie van Gehandicapten en reizigersorganisaties) tot nu toe positief op de plannen hebben gereageerd. Kamphuis: ‘Deze verandering vereist dat we alle betrokkenen meenemen en goed uitleggen wat we gaan doen en waarom. Het overleg met de doelgroepen is uitermate belangrijk.’ Ook de colleges en de gemeenteraden van de 32 betrokken Limburgse gemeenten moeten worden meegenomen. Kamphuis is er trots op dat Zuid-Limburg in dit dossier goed optrekt met Noorden Midden-Limburg. Testroote deelt die mening: ‘Dit is nog nooit eerder vertoond. Met andere onderwerpen wil dat nog wel eens moeilijker gaan.’

De centrale komt in publieke handen. Daardoor krijgen de gemeenten meer sturingsmogelijkheden. Kamphuis: ‘Een publieke centrale biedt meer mogelijkheden voor flexibiliteit. Zo kunnen we bijvoorbeeld zelf bepalen of we straks meer doelgroepen laten aansluiten. Eind 2016 moet het Wmo-regiotaxi vervoer geregeld zijn, daarna kijken we of ook het leerlingenvervoer kan worden meegenomen. Dit is echt een ingroeimodel.’ Kamphuis ontkent dat deze operatie een bezuinigingsoperatie is. ‘Het gaat om kwalitatief, slim en efficiënt georganiseerd vervoer’, verkondigt hij stellig. Testroote: ‘Dit model betekent winst voor iedereen: voor de reiziger, voor de vervoerder en voor de belastingbetaler.’

Limburg richt doelgroepenvervoer slimmer in verscheen in de APPM Nieuwsbrief Voorjaar 2016