Sinds de verzelfstandiging van het Havenbedrijf zijn de haven en de stad Rotterdam een eigen koers gaan varen. Maar juist het verbinden van die twee werelden biedt enorme kansen. Daarvoor is een gezamenlijke visie nodig. In de Stedelijke Agenda Haven is de eerste stap gezet naar het verhaal van de HavenStad Rotterdam, waarin het beste van beide werelden verenigd wordt.

De haven drijft op containers, maritieme industrie en petrochemie. Waardevolle sectoren waar het geld tot op de dag van vandaag wordt verdiend. Maar ze staan onder druk. Dat betekent niet alleen dat de toegevoegde waarde voor de economie afneemt, maar ook dat de werkgelegenheid van de lager opgeleide beroepsbevolking terugloopt. Aan de andere kant zien we in de stad Rotterdam de opkomst van de Next Economy. Kennis, innovatie en high tech zijn hierbij sleutelbegrippen. De Next Economy concentreert zich in de stad en op de kennis-as Leiden-Den Haag-Delft-Rotterdam-Dordrecht.

En-en 
De haven en de stad zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden maar momenteel goeddeels gescheiden werelden. Initiatieven op het gebied van bijvoorbeeld werkgelegenheid, economie, bereikbaarheid en duurzaamheid worden op gescheiden tafels besproken. Hierbij worden de traditionele economie en de nieuwe economie onvoldoende met elkaar verbonden. Het is te veel of-of, in plaats van en-en. Als alle radertjes in elkaar grijpen, kunnen de traditionele en de nieuwe wereld elkaar versterken. Dan kom je tot betere ideeën, zie je nieuwe mogelijkheden en bereik je sneller resultaat.

Daarbij is het zaak dat partijen slim gebruik maken van elkaars kwaliteiten. De zakelijke, op resultaat gerichte benadering van de haven wordt gecombineerd met de integrale lange termijnvisie van de gemeente.

Nieuwe nichespelers
De Stedelijke Agenda Haven geeft concreet aan hoe de twee werelden met elkaar verbonden kunnen worden. Het innovation quarter is een mooi voorbeeld. Daar wordt een spannend, innovatief ondernemersmilieu in een oud havengebied gecreëerd. De huidige monofunctionaliteit kan worden doorbroken door wonen en werken met elkaar te mengen, wat impliceert dat er slimmer en soepeler moet worden omgegaan met weten regelgeving. De nu nog dominante traditionele havenbedrijven kunnen worden gemixt met nieuwe nichespelers uit de Next Economy, die ook innovatieve havengerelateerde producten ontwikkelen. Het is tevens een manier om de transitie naar de nieuwe arbeidsmarkt een impuls te geven. De doorstroming van (een deel van) de huidige beroepsbevolking naar de nieuwe maakindustrie wordt versoepeld als ‘oude’ havenwerkgevers, start-ups en onderwijsinstellingen samen aan tafel gaan zitten.

Warmterotonde
Ook op het gebied van duurzaamheid liggen er enorme kansen voor de HavenStad. Rotterdam heeft de ambitie in 2030 meer energie te produceren dan haar inwoners gebruiken. De haven heeft een enorm potentieel. Een ‘warmterotonde’ verbindt de energieproductie in de haven met de energiebehoefte van de stad. De HavenStad zal ook fysiek tot uiting komen door het havengebied aantrekkelijk te maken, bijvoorbeeld door ecologische oevers en de rivier als metropolitaan getijdenpark te ontwikkelen. Om ervoor te zorgen dat mensen er ook kunnen komen, zullen de verbindingen met de haven moeten worden verbeterd en oevers toegankelijk moetenworden gemaakt.

Slimme verbindingen
De contouren zijn geschetst, de ideeën liggen op tafel. De volgende stap is de governance. Het verhaal over de HavenStad moet een verhaal worden van publieke partijen, bedrijfsleven en kennisinstellingen. Daarvoor zijn boegbeelden nodig die het verhaal uitdragen; toonaangevende ondernemers uit de haven en de stad, smaakmakers van kennisinstellingen en gezaghebbende bestuurders. Als die zich committeren, ontstaat samenhang in de inspanningen en in de inzet van middelen, mensen en energie. Economische ontwikkeling maak je mogelijk als je slimme verbindingen maakt. Dan is succes geen wankele toevalstreffer maar een duurzame basis. Dan is de transitie naar de HavenStad van de toekomst het resultaat van gericht beleid.

HavenStad Rotterdam verbindt oud en nieuw verscheen in de APPM Nieuwsbrief – Voorjaar 2016.