De Noord/Zuidlijn gaat vanaf 22 juli 2018 rijden. IJs en weder dienende, want het verleden van het project laat zien dat je nergens zeker van kunt zijn. Hoe dan ook, de finalefase vergt nog één keer het uiterste van alle betrokkenen. Het uiterste in vakmanschap, persoonlijke inzet maar zeker ook in de samenwerking. Volgens projectdirecteur Hoite Detmar komt het er juist nu op aan om over de eigen schaduw heen te stappen en het projectbelang centraal te stellen.

We spreken elkaar in zijn werkkamer in het Amsterdamse Centraal Station, waar achter de rechtergevel van Cuypers’ meesterwerk het moderne projectbureau schuilgaat. Aan tafel ook Nelleke Beerman van APPM, al enige tijd zijn rechterhand.

Gemixte teams

Hoite is sinds 2008 bij de Noord/Zuidlijn betrokken, en sinds eind 2015 projectdirecteur. In die tijd heeft hij het project van kleur zien veranderen. “Het was eerst puur een bouwproject. Weliswaar een met een zeer complexe omgeving, maar je werkte wel vanuit één projectorganisatie. Een paar jaar geleden is de ingebruikname van rails en stations een grotere rol gaan spelen. Het GVB gaat straks de Noord/Zuidlijn exploiteren en moet vertrouwen hebben in het vervoerssysteem dat we gaan opleveren. De samenwerking met het vervoersbedrijf is verstevigd, het moet meer hun project worden. We hebben veel tijd gestoken in het bereiken van die gezamenlijkheid.” Dat resulteerde in een samenwerkingsovereenkomst, maar het gaat volgens Hoite ook om een cultuurverandering en daarvoor is meer nodig dan alleen een stuk papier. “We hebben overal gecombineerde teams gevormd. Die mix is goed gelukt. Zo goed zelfs dat we onszelf soms moeten afvragen wie nu ook alweer waar over gaat.”

Oog voor andermans probleem
Samenwerking was en is ook het devies bij de aannemers. Nelleke: “Stations, tunnels, rails, ICT, veiligheid, noem maar op. Het zijn allemaal verschillende partijen en disciplines die daaraan werken. Al die losse elementen moeten één geheel gaan vormen. Dat vereist uiteraard veel gezamenlijk overleg, maar minstens even belangrijk is de bereidheid om te geven en te nemen. Het gaat om het projectbelang, een werkende Noord/Zuidlijn opleveren en niet om het contractbelang. Soms wordt van een aannemer gevraagd een oplossing te kiezen die voor zijn bedrijf suboptimaal of zelfs negatief is qua kosten of planning, maar die wel het project in z’n geheel vooruithelpt.” Dat vergt openheid, inlevingsver¬mogen en begrip. Hoite: “In een project als dit moet je bereid zijn mee te denken over een oplossing voor andermans problemen. Eventueel moet je zelfs bereid zijn een bijdrage aan die oplossing te leveren. Dat blijkt het moeilijkste. Als aannemers vinden dat hun verantwoordelijkheid ophoudt bij de schutting van hun bouwplaats, dan kom je in een project als dit niet ver.”

Mogen afwijken
Of dat open deuren zijn? Voor di¬rectie en management wellicht wel, aldus Hoite, maar in de project¬teams overheerst soms het gevoel dat men zich aan de letter van het contract moet houden en ter verantwoording kan worden geroe¬pen voor elke afwijking daarop. De uitgangspunten van openheid en samenwerking zijn daarom vertaald naar een werkwijze op de vloer. Dit is vervolgens vastgelegd in een strategisch akkoord.

Verrassingen
De eindsprint van het megaproject is begonnen. Volgens Hoite is het zaak de ingezette lijn door te trek¬ken. “We hebben een einddatum en een route daarheen. De keuzes zijn gemaakt naar eer en geweten, maar de kans bestaat dat zich onderweg nog verrassingen zullen voordoen. Die los je op als je in de samenwerkingsmodus zit. We moeten met z’n allen bereid zijn over onze eigen schaduw heen te stappen. Dat is de grootste uitdaging.”