Onze energiebehoefte is niet te bevredigen met alleen duurzame energieopwekking, betoogt Jan Willem van de Groep, programmaregisseur van de Energiesprong. ‘We moeten ons veel meer concentreren op energiebesparing in de gebouwde omgeving. Bespaarde energie is per definitie de groenste energie.’ Hij praat erover met Jantien van den Berg van APPM, die programmamanager binnen de Energiesprong en manager binnen de Vereniging Stroomversnelling is.

De huidige debatten gaan voor 80% over opwekking en zelden over besparing van groene energie. Niet zo slim, vindt Jan Willem. ‘Voor het verduurzamen van de totale energiebehoefte heb je 500 windmolens per gemeente nodig! Daarvan zijn er 144 bestemd voor de energievraag van de gebouwen. Dat aantal is uiteraard niet haalbaar.’

Enorme innovatiekansen 
Het rekensommetje leert dat je met besparen van het energieverbruik van de gebouwde omgeving de energievraag met ruim een derde kunt reduceren. Jantien: ‘Daar zouden we veel meer gezamenlijk op moeten inzetten.’ De bouwsector heeft de sleutel naar succes in handen. In potentie is die sector de grootste “leverancier” van duurzame energie. Om dat potentieel te benutten, is wel een flinke systeemverandering nodig. Jan

Willem: ‘We denken en werken nog veel te traditioneel. Er zijn enorme innovatiekansen. Die zitten in de productontwikkeling bij de toeleverende industrie en een compleet anders georganiseerde industriële bouwsector.’

Slimme bouwstenen
Hij gebruikt een vergelijking tussen Lego en Playmobil om zijn punt te maken. ‘Bouwen is nu legostenen stapelen. De groothandel levert ze aan, de aannemer mag bedenken hoe hij ze op de bouwplaats op elkaar legt. De bouwstenen van Playmobil kun je maar op één manier gebruiken. De toepassing daarvan is door de fabrikant voorgeprogrammeerd. Wat ik daarmee wil aangeven, is dat de duurzame oplossingen al in de bouwstenen zelf zitten, in het materiaal waarmee de bouwer werkt.’

Digitaal prototype
Dat voorprogrammeren moeten we vrij letterlijk nemen, want in de energiebesparing speelt ICT een belangrijke rol. Jan Willem: ‘We hebben nu de techniek om een woning vanaf de buitenkant tot op de 100ste millimeter driedimensionaal in te meten, bijvoorbeeld met drones. Die informatie combineer je met een concept voor isolatie, installatie en duurzame energieopwekking voor de betreffende woning. Alle gegevens breng je in de computer samen. Met Bouw Information Modelling en Dynamische Simulaties kun je een digitaal prototype van de woning opstellen. Van daaruit stuurt software de fabriek aan. Ten slotte krijgt de woning een make-over met de voorgeprogrammeerde “Playmobil”-bouwelementen.’ Geïndustrialiseerde renovatieproducten op maat, zou je kunnen zeggen.

Veel kapitaal
De overheid kan deze transitie faciliteren en stimuleren door de juiste condities te scheppen. Niet door subsidies aan particulieren, denkt Jan Willem, dat zit innovatie alleen maar in de weg. Jantien geeft enkele voorbeelden van wat de overheid wel kan doen en al doet: ‘Voor woningen waar deze vernieuwende energieneutrale concepten toegepast worden, is nu al een versnelde vergunningprocedure mogelijk. Voor particuliere woningeigenaren is binnen de hypotheekregels extra financiële ruimte gecreëerd. En binnenkort treedt ook de nieuwe Wet energieprestatievergoeding in werking en kunnen woningcorporaties een extra geldstroom aanboren. Daarmee zijn er nog maar weinig belemmeringen om woningen echt energieneutraal te maken.’

Het benodigde kapitaal zit bij de bewoners, aldus Jantien: ‘Jaarlijks gaat er voor zo’n 13 miljard euro aan energie door onze schoorstenen de lucht in. Als we met dit bedrag naar de bank gaan, kunnen we 260 miljard aan investeringskapitaal krijgen.’ Jan Willem: ‘Het kunstje is het geld van de energierekening over te hevelen naar het energieneutraal maken van de woning.’

Winstkansen
Jan Willem wenst Nederland een duurzame toekomst toe. ‘Er is nu een handvol traditionele bouwbedrijven en start-ups die deze aanpak ontwikkelt. Die ontwikkeling voltrekt zich redelijk autonoom. Maar het moet, vanuit het perspectief van de opgave waar we voor staan, veel sneller. Mijn wens is dat we opschalen en binnen vijf jaar deze manier van besparen in de gebouwde omgeving grootschalig kunnen toepassen. Dat is een aantrekkelijk perspectief, ik zie alleen maar winstkansen. Met uitzondering voor de fossiele energiebedrijven.

De bal zweeft voor het doel, hij hoeft alleen nog maar binnen gekopt te worden. In 2030 hebben we deze slag gemaakt, en tegelijkertijd het totale energieverbruik met meer dan 50% gereduceerd.’

Energiebesparing in de gebouwde omgeving: van legostenen naar playmobiel verscheen in de APPM Nieuwsbrief Voorjaar 2016