Kabels en leidingen zijn voor infraprojecten een potentieel hoofdpijndossier. Vanwege de risico’s in geld en tijd, maar ook omdat ze in ons overvolle land steeds vaker in de knel komen bij weguitbreidingen. Bij de reconstructie van de N213 wordt in Zuid-Holland gekeken of het ook anders kan. Onder deze drukke provinciale weg lopen liefst 60 kabels en leidingen. APPM begeleidt de pilot in opdracht van het Centrum Ondergronds Bouwen (COB).

In de ondergrond werken veel verschillende partijen, die allemaal hun eigen doelstellingen hebben. Edith Boonsma van het COB: ‘Ze willen wel samenwerken, maar het ontbreekt aan regie. Wil je afstemming bereiken, dan heb je een first dancer nodig. Dat was in dit geval de provincie Zuid-Holland. De projectleider durfde haar nek uit te steken. Ze wilde iets innovatiefs en was bereid daarin te investeren.’

Afstand
De provincie klopte bij het COB aan. Edith: ‘Ze kwamen eerst bij onze inhoudelijke contactpersoon, maar het leek ons slim als we er juist eens naar zouden kijken met mensen die minder inhoudelijke kennis hebben. Mijn collega Karin de Haas en ik kwamen op het idee om het proces aan de voorkant open en gezamenlijk aan te pakken, vanuit de gedachte dat er dan iets te doorbreken zou zijn. Dat is volgens mij de crux geweest.’

Samen tekenen
Voor de procesbegeleiding wendde het COB zich tot APPM, in de personen van Jean de Nijs en Marcel Touset. Jean: ‘Als je naar alle afzonderlijke eisen en wensen kijkt, en als iedereen vasthoudt aan zijn eigen uitgangspunten, dan kom je niet tot een oplossing. We hebben daarom workshops georganiseerd waarin we naar een oplossing zochten die iedereen vooruit zou helpen.’ Edith: ‘Aan het begin van de eerste bijeenkomst zaten de deelnemers nog met de armen over elkaar. Dat was aan het eind heel anders. Na afloop zeiden ze letterlijk dat de workshops de investering dubbel en dwars waard waren.’

Eenvoudig en betaalbaar
Het ei van Columbus is een kabelkokerstraat in de lengte van de weg, die wordt gecombineerd met koppelputten op strategische locaties. Jean: ‘Het is een vrij eenvoudige techniek, die iedereen snapt en beperkte extra investeringen vraagt. En dat is erg belangrijk.´ Marcel: ‘Kern van onze aanpak was om niet te denken vanuit technische mogelijkheden, maar vanuit de gezamenlijke belangen: zo laag mogelijke kosten, een toekomstvaste oplossing, gezonde financiële incentives. Daarachter liggen namelijk de eigen belangen.

De provincie wil dat de infrastructuur gebruikt kan worden en veilig is, de nutsbedrijven willen leveringszekerheid en veiligheid. Nutsbedrijven moeten volgens de provinciale verleggingsregeling na 10 jaar de verplaatsing zelf betalen. Die investeren dus niet in extra capaciteit, maar laten elke keer als er een nieuwe aansluiting bij moet, de weg weer openbreken. De kabelkokerstraat doorbreekt dit patroon. Deze oplossing heeft over de hele levensduur zo laag mogelijke kosten, is toekomstvast en beperkt het graven tot een minimum. De geringe meerkosten worden door de provincie gedragen, maar in de toekomst verdien je die weer terug.’

Edith: ‘Het is bovendien een erg flexibele oplossing. Neem de energievoorziening, die is enorm in beweging. Zonne- en windenergie gaan een steeds grotere rol spelen. Netwerken worden steeds meer gedecentraliseerd. Niemand weet precies hoe de toekomst eruit ziet, dus flexibiliteit is uiterst belangrijk.’

Open en coöperatief
Alle neuzen staan nu dezelfde kant op, maar er zijn nog enkele uitdagingen te tackelen voordat de handtekeningen kunnen worden gezet. Toch lijkt er voor een complex probleem een eenvoudige oplossing gevonden, aldus Edith. ‘De sleutel naar succes ligt niet alleen in de techniek. De crux is dat iemand er energie in steekt om partijen vooraf bij elkaar te zetten in een open, coöperatieve sfeer. Dat is wat ik Nederland gun: de bereidheid tot samenwerking om met oog voor elkaars belangen tot een oplossing te komen.’

Een eenvoudige oplossing voor een complex probleem verscheen in de APPM Nieuwsbrief – Voorjaar 2016