Waterschappen kunnen veel meer bereiken als ze beter samenwerken met gemeenten en andere betrokkenen, zo concluderen Geert Jan Zweegman en Floris de Groot. Beide APPM’ers gingen voor het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier na bij negen waterschappen hoe zij dat de afgelopen decennia hebben opgepakt. Ook analyseerden zij vorige zomer de wateroverlast in Midden- en Zuid-Limburg door extreme neerslag. Daaruit zijn wijze lessen te trekken, ook voor de rest van Nederland.

Een van de belangrijkste aanbevelingen aan waterschap Roer en Overmaas luidt: voorkomen van wateroverlast is beter dan genezen. “Dat lijkt op zich heel logisch, maar in de praktijk ontbreekt het aan structurele en werkbare samenwerkingsafspraken tussen partijen (Rijkswaterstaat, provincie, gemeente, het waterschap en grondeigenaren) die nodig zijn om het watersysteem op orde te krijgen en houden,” constateert Geert Jan. Volgens Floris helpt het als “betrokkenen gezamenlijk gebiedsgericht kijken naar opgaven en maatregelen, met een bredere blik dan alleen naar de primaire wateropgaven. Het verdient bijvoorbeeld aanbeveling om plannen voor de riolering en het watersysteem in samenhang te ontwikkelen, gezien de onderlinge afhankelijkheid en invloed in de werking.” Waterschappen zien zich voor grote opgaven gesteld. Behalve het voorkomen van wateroverlast, zijn ook thema’s als veiligheid, kwaliteit, droogte en bodemdaling belangrijke vraagstukken. “Om die het hoofd te bieden, is meer samenwerking onontbeerlijk,” stelt Geert Jan. Zijn collega ziet dat als een kunst: “Organisaties moeten soms taken aan anderen laten. Daar is lef voor nodig. En vertrouwen.”


Grote schakelkast

Ter verduidelijking stelt Geert Jan het Nederlandse watersysteem voor als een grote schakelkast. “Als iedereen aan de eigen knoppen draait, zonder daarbij rekening te houden met de effecten van de ander, of de gevolgen voor andere thema’s, werkt dat averechts.” Om die trend te doorbreken zou veel meer gebiedsgericht naar oplossingen moeten worden gezocht, vindt Floris. “Dat lijkt eenvoudig, maar de betrokken organisaties zijn van oudsher niet gewend om zo te werken. Organisaties en afdelingen hebben vaak sectorale opdrachten en financiële middelen zijn vaak strikt gelabeld. Als het lukt om dat om te gooien, valt er veel winst te halen.” Ondanks – of in feite juist dóór – de complexiteit van de opgaven, lijkt de tijd rijp voor een omwenteling. Geert Jan: “De klimaatverandering verhoogt de urgentie om anders naar de thema’s te kijken.” Floris: “Intussen staan waterschappen in hoog tempo meer open voor hun omgeving. De oude, meer directieve houding van ‘wij bepalen de norm en weten wat goed is’ verdwijnt snel. Dat biedt nieuwe perspectieven.”

Ordenend principe
Deze naar buitengerichte houding van waterschappers wordt versterkt door een trend in de ruimtelijke ordening. “Waterschappen zitten steeds vaker en eerder bij gebieds(her)inrichting aan tafel,” constateert Geert Jan. “Logisch, want water is als ordenend principe in Nederland een wezenlijk onderdeel voor duurzaam ruimtegebruik.” Floris is nog stelliger: “Waterschappen moeten in feite altijd aanschuiven bij ruimtelijke plannen. Ook als waterdoelen niet het hoogst op de prioriteitenlijst staan. Want door de verbindende en multifunctionele rol die water kan spelen, kunnen ze zeker die meerwaarde bieden. Het werkt beter om samen plannen te maken, dan op elkaars ideeën te reageren.”

Allianties sluiten
Programmamanager Els van Bon is namens Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) al druk bezig om dergelijke allianties te sluiten. “Zelf hebben we in de samenwerking met gemeenten tot voor kort altijd sterk de regie gehouden. Persoonlijk geloof ik meer in het gezamenlijk zoeken naar mogelijkheden om effectiever samen te werken.” De inventarisatie en de aanbevelingen van APPM wijzen volgens Van Bon uit dat HHNK op het juiste spoor zit. “In de waterplannen 2.0 proberen we als waterschap aansluiting te vinden op bestaande ambities, zoals die bijvoorbeeld zijn verwoord in de omgevingsvisies. Aan ons de uitdaging om onze doelen daarin ook geagendeerd te krijgen door slimme combinaties te zoeken.” Een goed voorbeeld, meent Geert Jan. “Ik zou waterschappen en gemeenten aanraden, durf ook buiten de eigen oevers te treden. Ga die samenwerking aan zonder dat op voorhand precies duidelijk is wat het resultaat zal zijn. En zoek daarvoor met een open houding de interactie op.” Floris ziet dat ook gebeuren rondom de ontwikkeling van duurzame energie. “Ook dat is een onderwerp dat niet specifiek bij één partij ligt. Daarom: pak verantwoordelijkheden in gezamenlijkheid op en gebruik elkaars inzichten en ervaring. Benut daarbij ook de gebiedskennis van gebiedsbeheerders en inwoners. Dat laatste vergt een meer open opstelling. De tijd is er rijp voor. Nu is het zaak om door te pakken door opgave- en gebiedsgericht met de gebiedspartners aan de slag te gaan.”